donderdag 11 augustus 2016

#WOT deel 32

Weg ~ 1) Afstand 2) Autoweg 3) Apo (Grieks) 4) Absent 5) Afwezig 6) Allee 7) Baan 8) Baanvak 9) Bevel 10) Broodje 11) Communicatiemiddel 12) Deel van een stad 13) Doorgang 14) Deel van een wijk 15) De deur uit 16) Die straat is niet te vinden (crypt.) 17) Ertussenuit 18) Etappe 19) Ervandoor 20) Ervandaan 21) Elders 22) Failliet 23) Foetsie

Al bij het lezen van de tweet met het nieuwe #wot-woord schiet er een liedje mijn hoofd binnen. En dat heeft zich behoorlijk in mijn hersenen genesteld. Dus om de haverklap zing ik in mezelf :”The road ahead is empty, it’s paved with miles of the unknown.” Verder kom ik nooit, want meer tekst ken ik niet. En wie het ook alweer zong heb ik even op moeten zoeken. Wel een o ja, maar ik kan niet zeggen dat ik daar zelf opgekomen zou zijn. Maar dat is ook niet echt van belang. Het gaat me hierbij echt om de tekst. Lekker cliché en daarom alleszeggend.

Op het gebied van mijn gezondheid heb ik het afgelopen jaar nogal een weg afgelegd. Alles om zoveel mogelijk te herstellen en misschien zelfs wel een klein beetje winst te behalen. Ik was natuurlijk al behoorlijk lang aan het kwakkelen, dus het zou mogelijk moeten zijn om hier iets beter uit te komen dan ik het infarct in ging.
Achteraf is de weg goed te zien. En man, wat heb ik stappen, stapjes en sprongen gemaakt. Maar helemaal hersteld heb ik mij nog niet gevoeld. Natuurlijk komt dat doordat ik een heel grote klap heb gehad, maar ook omdat ik opnieuw vage klachten kreeg. Vooral het gevoel adem te kort te komen bij inspanning maakt onzeker. Vooral ook omdat ik dat al eens eerder langere tijd had.

Sinds juni draai ik daarom opnieuw in de medische molen mee. Eerst bij huisarts die geen virus of infectie constateerde en mij voor de zekerheid toch maar terug naar de cardioloog stuurde.
De cardioloog kon geen duidelijk aanwijsbare cardiologische verklaring vinden en heeft mij doorgestuurd naar de longarts. Daar mocht ik vandaag heen. Veel duidelijkheid is er nog niet. Maar wel is er een stukje van de weg die ik heb te gaan uit gestippeld. Weer meerdere testen.

Of het wat gaat opleveren is onbekend. Het kan namelijk best zo zijn dat er lichamelijk niets mis is met me, maar dat mijn klachten een restant zijn van het infarct. Want dat schijnt te kunnen, boven verwachting herstellen en toch restklachten hebben. Zoals de cardioloog al waarschuwde: ’Het kan zijn dat je zult moeten accepteren dat dit het is. Dat dit bij je hoort. Dat je je altijd enigszins beperkt zult voelen. Waarom is een raadsel, maar dat gebeurt bij een deel van de patiënten. En bij een groter deel dan je nu denkt.’

De weg die ik heb te gaan is dus niet helder. En ondanks dat ik goed ben in beren op de weg zien is hij eigenlijk zo goed als leeg. Er staan wel wat afspraken als richtpunt maar de uitkomst is zo onbekend dat daar geen enkele verwachting aan te ontlenen is.
En dus neurie ik nog maar eens wat voor me uit. De uitvoerende artiest is trouwens City to city, mocht iemand het zich afvragen.





zaterdag 2 juli 2016

Delfsail: bootjes, buien en plietski's kijken

Donderdagochtend stap ik met drie redelijk opgewonden zonen in de auto. De jongste twee hebben een snipperdag mogen opnemen van school, oudste hoeft niet te werken en ook ik heb een dag zonder afspraken. Niet helemaal per ongeluk en toevallig, vandaag gaan we namelijk naar de Sail In van Delfsail. Maar eerst rijden we naar Meedhuizen, naar Ben en Carla. Daar drinken we een kop koffie, strekken we de benen en  gaan allemaal naar het toilet. En dan met z’n allen door naar Delfzijl.

Al voor Delfzijl staan we stil door boten. Er moeten even wat zeilbootjes door een sluis. Er zijn enkel masten te zien, maar dan wel meteen heel veel. Er passen best veel bootjes in die sluis! Nodeloos te zeggen dat het dus even duurt voor we verder kunnen. En dat begint zijn tol te eisen van middelste. Er wordt een groot beroep gedaan op zijn geduld.
Als we dan eindelijk de brug over de sluis over kunnen slaat Ben al snel af naar een mogelijke parkeergelegenheid. Het is even een stukje lopen maar dat vinden we geen van allen een probleem. Het is zelfs wel even lekker om de benen te kunnen strekken.


Eenmaal bij de toegangsweg van de haven aangekomen stokt onze voettocht weer. We moeten even wachten voor een historisch cavaleriegezelschap. Ze mogen de al volop binnen gevaren plezierboten verwelkomen. En dat gebeurt traditioneel, dus met een kanonschot. En dat was een heel behoorlijke knal. Zo een waarvan je je ook echt welkom voelt.
We mogen weer verder lopen. Wel een paar honderd meter want daar staat een brug tussen twee havengedeeltes open om de kleine pleziervaart naar binnen te laten zodat er in de grote haven ruimte komt voor alle schepen van de sail. Terwijl we voor de slagboom staan te wachten zegt oudste plots: ’Kijk, net zo’n rondvaartboot als de Jan Plezier.’ En ja, in de verte vaart een salonboot. Middelste ziet ‘m ook en zegt: ’Dat is de Jan Plezier.’ Natuurlijk Jas, hier in Delfzijl is een van de eerste boten die we zien een boot uit Meppel. ‘Ik weet het zeker want het staat daar aan de zijkant. Kijk maar. En daar aan de achterkant staat Meppel.’ Hoe we ook kijken en turen, wij zien niks. Tot de boot dichterbij komt, dan kunnen we allemaal lezen wat middelste allang had gelezen, het is inderdaad de Jan Plezier uit Meppel! Nee, die jongen heeft nog lang geen brilletje nodig.


We kunnen weer verder en lopen lekker rondkijkend door het havengebied naar de havenmonding. Daar gaan we lekker op een dijkje zitten wachten op de Sail In van de deelnemende schepen.
Het wordt een erg lange zit. De informatie op de website bleek niet helemaal te kloppen, de schepen zouden wat later aankomen dan daar op stond. Maar ook het weer werkt tegen. De wind waait straf vanuit de haven waardoor veel schepen binnen gesleept moeten worden en dat kost ook behoorlijk wat tijd. Dan zijn er nog een aantal vervelende buien die hoewel ze steeds maar een paar minuten duren ervoor zorgen dat we allemaal nat, klam en ongeduldig worden.




Maar dan melden de jongens dat er in de mist  aan de andere kant van de pier schepen te zien zijn. Ze komen er aan! Op het water in de havenmond neemt de bedrijvigheid toe. Er vaart van alles. Rondvaartboten, motorbootjes, kleine zeilbootjes en jetski’s met politie, door ons omgedoopt tot plietski’s.
En dan komen ze echt binnen. Helaas door de tegenwind en de buiïgheid met gestreken zeilen  maar nog steeds erg indrukwekkend. Wat zijn die schepen groot. Wat zijn er ongelooflijk veel mensen aan boord. En wat zitten er een boel touwtjes aan al die masten, dwarshouten en andere palen.















Helaas blijft het weer zeer wisselvallig. Dit vergt veel van het gestel. En hoewel nog niet alle schepen binnen zijn besluiten we terug naar Meedhuizen te gaan. De jongens mopperen eerst nog wel wat maar onderweg naar de auto merken ook zij dat die paar uurtjes best veel van ze gevergd hebben. Alleen op een ander vlak.
In Meedhuizen ploffen we met zijn allen op de beschikbare hangplekken. Even lekker niksen. Als dan ook nog wordt aangeboden dat we mogen mee-eten zakken we nog wat dieper weg in de bank en stoelen. Zo lekker dat er goed voor ons wordt  gezorgd. We raken er helemaal ontspannen van.

Maar na het eten is het dan toch echt tijd om naar Meppel te gaan. We zijn precies op tijd thuis om nog even met manlief samen koffie te drinken en de oren van zijn hoofd te kletsen over al die geweldige dingen die we hadden beleefd, meegemaakt en gezien. Ik denk dat hij blij was dat hij vlak daarna naar zijn werk mocht.



alle foto's zijn gemaakt door Ben en Carla







maandag 6 juni 2016

Stress en andere vervelende zaken

Stress, een veel gebruikt woord. Allemaal ervaren we wel eens stress. Soms wat meer, soms wat minder. Soms maar kort, af en toe langduriger. Voor sommigen is het een woord voor wat spanning en een volle agenda. Voor anderen is het meer een gevoel van onder druk staan en (te) veel moeten.
De afgelopen weken heb ik zeer veel stress ervaren. En dan die stress van de tweede soort. Het is allemaal al veel langer geleden maar plots kwamen een aantal dingen samen en begon mijn lijf te reageren.

Het begon met een knagend gevoel dat er iets niet klopte in de afhandeling van de gespreksverslagen van jongste en middelste. Het duurde allemaal te lang. De keukentafelgesprekken hadden al in december plaats gevonden maar doordat het logeerhuis dicht ging en we eerst nieuwe opvang schenen te moeten hebben voor de verslagen konden worden ondertekend en de beschikkingen afgegeven had het al even geduurd voor we ze eindelijk kregen. Vooral ook omdat er met het verzenden iets fout was gegaan, de verslagen daarna spoorloos verdwenen zijn in de post en de hele boel opnieuw moest worden verstuurd.
Toen ik ze in april onder ogen kreeg gingen meteen alle alarmbellen af. Dit was fout gegaan. Ondanks dat er ons steeds was voorgehouden dat we de zorg die we hadden ongeveer behielden stond er echt dat we 12 logeerweekenden per jaar kregen. Een per maand. Maar we hadden een etmaal per week. Ja, rijkelijk veel maar van die extra dagen bekostigden we het logeren en de extra dagopvang in vakanties. En ja, die hebben we nodig. Manlief kan nou eenmaal niet elke nachtdienst in een vakantie vrij krijgen, middelste gaat zich thuis vervelen en gaat dan anderen lastig vallen en ook jongste vliegt na twee weken tegen de muren op.
Ik heb direct gebeld en de situatie voorgelegd. Ook de case-manager besefte dat er iets niet goed was gegaan in de communicatie. Ze zou het aanpassen en nadat het wederom was voorgelegd aan haar baas zouden de nieuwe verslagen onze kant weer op komen. Maar ze kwamen niet.

In eerste instantie wilde ik geen zeurmens zijn. Ze had gezegd dat het geregeld ging worden. Ik hoefde me geen zorgen te maken want het werd aangepast. Paniek was niet nodig want alles kwam goed.
Toen kwam de hoofdpijn. Zo’n zeurende. Zo’n vervelende hoofdpijn die je kan hebben als je iets moet doen waar je tegen op ziet. Zo’n spanningshoofdpijn. En ik wist meteen wat daarvan de oorzaak was. Die verrekte gespreksverslagen. En dus deed ik verstandig. Ik ondernam zo snel mogelijk actie.
Dat viel tegen. Het heeft ruim een week geduurd voordat ik de case-manager aan de telefoon kreeg. Ik vertelde dat we nog steeds geen nieuwe verslagen hadden ontvangen. Ze reageerde verrast. Ze waren al een paar weken geleden verzonden. Ze had het al zo vreemd gevonden dat we maar niet reageerden. Ze beloofde ze zo spoedig mogelijk opnieuw toe te sturen.
Ze hield woord. Twee dagen later waren de verslagen, met aangepast aantal weekenden, in huis. Ze zijn dezelfde dag nog ondertekend retour gegaan.
Nu dat afgehandeld was kon ik de andere stress die zich in mijn lijf had genesteld los laten. Een gemeen soort stress. Een soort wat zich manifesteert in mijn darmen. De stress van de machteloosheid. Maar ik was niet langer machteloos, dus die stress zou ook weg gaan. Dacht ik.

Een dag na het terug sturen van de verslagen werd ik door de gemeente gebeld. Dit keer door de andere case-manager, die van oudste. Oudste liep in februari tegen een aantal dingen aan en er werd geadviseerd ondersteuning aan te vragen. In april hadden we alles rond en kreeg ik van zijn casemanager een aantal namen van instanties die de hulp konden bieden die wij voor oudste zochten. In overleg met oudste kozen wij een instantie uit, gaven dit door aan de casemanager. Kregen groen licht en ik heb hem aangemeld. Ik kreeg een paar dagen later een bevestigingsbrief met daarin de boodschap dat ze zeer binnenkort contact op zouden nemen voor een afspraak. Dat gebeurde enkel maar niet. Afgeleid als ik was door de perikelen rond de zorg van de andere kinderen verdween de onrust daarover een beetje naar de achtergrond maar nu dat was opgelost wist ik dat ik daar ook even achteraan moest bellen. Maar dat hoefde dus al niet meer. De instantie had al met de gemeente gebeld.
De instantie had inderdaad de aanmelding binnen gekregen en bevestigd. Ze hadden zelfs al de beschikking van de gemeente binnen maar toen ze de afspraak wilden inplannen stuitten ze op een probleem. Het budgetplafond was bereikt. In mei, het budgetplafond bereikt. Ze konden dus helaas niets voor deze jongeman betekenen.

Ik was even helemaal stil. En toen werd ik nog even stiller. Met zoveel moeite en zorgvuldigheid hadden we gezocht en we dachten dat we het hadden gevonden. En toen kwam bureaucratie en geld voorbij. En nu? Wat moesten we dan nu?
Ik voelde de moed in mijn schoenen zinken. Ik was de afgelopen maanden al zo intensief bezig geweest met zorg zoeken, zorg vinden, zorggeld vragen, zorg proberen te regelen. En het ging al zo moeizaam. Ik had gedacht dat we dat stuk voorlopig konden afsluiten en nu moest ik weer opnieuw beginnen met zoeken?
Ik ben nog steeds blij dat de casemanager van oudste vrijwel direct aanbood zelf zorg te gaan zoeken en dan eerst het budgetplafond checken voor ze ons met elkaar in contact brengt. Maar de stress had al toegeslagen. De stress van de machteloosheid.


Het heeft een poos geduurd. Ik heb me op mijn blog even een flink stuk minder laten zien. Ik heb bewust een beetje afstand genomen van sociale media. Om met de woorden van een dierbare vriendin te spreken heb ik mij een tijdje verschanst in mijn tipi. En het heeft geholpen. De buikpijn is zo goed als weg. De darmen functioneren bijna naar behoren. De hoofdpijn is weg. Nu alleen nog een paar nachten lekker slapen en het leed is weer geleden. Ik ben we weer.

maandag 9 mei 2016

Fictie

Het kriebelt. Het kriebelt al langer. Maar door een directe vraag van een vriendin heeft de kriebel aandacht gekregen en is daardoor gegroeid.
Haar vraag was direct maar simpel: ”Schrijf jij eigenlijk nog?” En ik kon niet anders dan schoorvoetend toegeven dat ik al in geen eeuwigheid meer fictie had geschreven. En ik weet ook niet of ik het alweer kan. Of aandurf. Het kost al zo ontzettend veel tijd en moeite om  ‘gewoon’ te bloggen.

Het is geen onwil. Zeker niet. Ik heb namelijk altijd veel plezier beleefd aan het proces van hersenspinseltje tot voltooid verhaal. Het bedenken van mogelijke ontwikkelingen. Het proberen uit te werken van een wild idee en het dan toch volledig schrappen omdat het niet klopt met je personage. Of het verhaal vertraagd, onnodig ingewikkeld maakt of zelfs verstoord.
Het verbaasde en plezierde mij enorm om te zien wat ik met wat woorden tot stand kon brengen. Ik ben ondanks al mijn onzekerheid ook altijd erg trots geweest op mijn verhalen op ‘Cin verzint’.
En daar wringt ‘m de schoen. Ik ben bang dat ik dat niveau wat ik van mijzelf eis niet meer kan bereiken.

Ik heb vorig jaar een beste optater gehad. Een optater die zowel lichamelijk als geestelijk sporen heeft achtergelaten. Een van die sporen was een enorme woordverwardheid. Ik kon woorden niet terug vinden, ik had moeite met synoniemen en ook mijn zinsopbouw liet geregeld te wensen over.
Maar ook mijn concentratievermogen en geheugen hadden te lijden gehad. Informatie kwam nauwelijks binnen en anders zorgde mijn geheugen er wel voor dat het verkeerd werd opgeslagen. Ik had al moeite te onthouden welk onderwerp de zin had die ik was begonnen, laat staan dat ik een hele alinea kon schrijven. Er waren wel verhaalideetjes en zelfs af en toe een schrijfpoging maar de verhaallijnen raakten meer verstrikt dan een streng kerstlichtjes.
En toen heb ik het ondenkbare gedaan. Ik heb het opgegeven. Weliswaar tijdelijk, maar toch. Ik zag het niet meer zitten. Ik kon me niet indenken dat ik ooit weer een volledig verhaal zou kunnen schrijven.


Maar de kriebel is er. En de kriebel is behoorlijk toegenomen. Er beginnen zich weer verhaallijntjes in mijn hoofd te ontspinnen. Er worden weer personages en achtergronden bedacht. Er wordt weer nagedacht over gebeurtenissen, plots en twisten. Ik wil mijn fantasie weer aan het werk zetten en de bevrediging voelen van de laatste punt achter een goed verhaal. En hoewel ik nog wel vastloop in de opstart voel ik aan mijn water dat er binnenkort eindelijk weer leven in de brouwerij komt op mijn andere blog.

zondag 8 mei 2016

#WOT deel 18

Niks ~ 1) De kosten van de zonsopgang (crypt.) 2) Geen zier 3) Geen enkel ding 4) In het geheel niets 5) Minder dan iets 6) Minder dan weinig 7) Mis 8) Noppes 9) Nihil 10) Niets 11) Niet 12) Nada 13) Niemendal 14) Nog minder dan niets (crypt.) 15) Niemendal 16) Niets anders dan ’n x (crypt.) 17) Nul 18) Ontkennend telwoord 19) Onbepaald voornaamwoord

We doen het allemaal wel eens. De een iets meer dan de ander maar wanneer er ons word gevraagd of er iets scheelt, is ons antwoord al snel ‘niks’. Niet omdat ons  daadwerkelijk niets mankeert maar meer omdat we geen sociaal ongewenst antwoord willen geven.

Natuurlijk doe ik dit zelf ook. Hoewel ik mij lang geleden al eens had voorgenomen eerlijker antwoord te geven op zo’n vraag merk ik dat het nog al uitmaakt wat er aan scheelt of ik dat doe. Er zijn nou eenmaal een aantal onderwerpen waar je het niet zomaar over hebt. Dingen die sociaal nog niet heel erg worden geaccepteerd als normaal gespreksonderwerp.

Mocht je nu denken dat dat onzin is moet je je maar eens afvragen hoe je het zou vinden als ik zou zeggen: ”Nee, het gaat niet zo goed. Ik ben ongesteld geworden en heb de halve nacht wakker gelegen van de buikkrampen. Ze waren zo hevig dat ik droomde dat ik heftige weeën had en ging bevallen.”
Het zou zomaar kunnen dat je je een beetje ongemakkelijk voelt bij zoveel openhartigheid over vrouwenkwaaltjes. Misschien vind je het aanstellerij, want alle vrouwen menstrueren en hebben allemaal wel eens een beetje last van kramp. Misschien vind je dat ik een beetje te openhartig ben over mijn persoonlijke ellende. Maar vooral is het een antwoord wat je niet verwacht en dat wil nog wel eens voor sociale ongemakkelijkheid zorgen.


Het lijkt wel of er een code is. Er zijn een aantal onderwerpen die je niet aanroert als iemand vraagt of er iets mankeert. Je hebt het niet over vrouwenkwalen. Je spreekt niet over dingen die vies worden gevonden zoals diarree of bloed op rare plaatsen. Je hebt het ook niet over financiële tegenslagen. Je zwakt eventuele fysieke klachten af. En je houdt je mond over psychische aandoeningen. Maar om helemaal veilig te zijn geef je gewoon ‘niks’ als antwoord, dan kun je je in ieder geval niet vergissen in hoe vrij je bent in je antwoord.

dinsdag 3 mei 2016

#sg16 - Kok


Vandaag neem ik een kijkje op het blog van Carel. Even spieken wat voor woord hij dit keer heeft bedacht voor #sg16. Wie weet inspireert het me. Wanneer ik het lees, schiet ik in de lach. Geen erg nette reactie maar ik moet denken aan een van de redenen die hij ooit opgaf om #sg16 te starten, het veelal foutieve gebruik van spreekwoorden en gezegden, de verhaspelingen. En laat ik toch meteen moeten denken aan de grootste verhaspeling die ik op spreekwoordgebied ken! Na lang nadenken over andere spreekwoorden en kort twijfelen of ik dan toch de verhaspeling zal nemen als onderwerp neem ik een besluit. Ik doe het.


Het is al een aantal jaren geleden dat manlief en ik een item werden. En zoals zoveel jonge items wilden we vooral heel veel bij elkaar zijn. Ik woonde in een klein studentenkamertje, manlief woonde met enkel zijn moeder in een grote eengezinswoning. Tel daar bij op dat daar altijd eten in huis was en ik moest rondkomen van een studiebeursje en een ieder zal begrijpen dat we veel tijd doorbrachten bij manlief thuis.

Zoals gemeld woonde manlief thuis bij zijn moeder, een vrouw die hem de liefde voor taal en taalspelletjes met de paplepel had ingegoten. Ik leerde een heel nieuw arsenaal aan woordgrappen.
Zo deed mijn knalrood geverfde haar mijn schoonmoeder uitroepen: “C’est trop tard!” een zin die de punchline bleek van wat vroeger bij haar thuis een populair mopje was.
Ik leerde wat mumsels zijn. En wat poekeltjespap is. Maar wat ik vooral leerde was het opzettelijk verhaspelen van spreekwoorden. Uiteindelijk is enkel die van die kok blijven hangen, maar die is dan ook zo sterk overeind gebleven dat ik altijd even moet nadenken hoe het oorspronkelijke spreekwoord ook al weer ging. Want ik heb de kok wel horen fluiten,  maar ik weet niet waar de lepel hangt.

Wat ik nou het allerleukste vind? Dat het oorspronkelijke spreekwoord zo lekker verwoord wat hierboven fout zou kunnen zijn gegaan.


zondag 1 mei 2016

#WOT deel 17

Rust ~ 1) Adempauze 2) Bekende personen en groepen 3) Bezitting 4) Beheerstheid 5) Bedaardheid 6) Commando 7) Cesuur 8) Caesuur 9) Deel van wedstrijd 10) Deel van een schip 11) Deel van muziekschrift 12) Dat roest zonder te oxideren (crypt.) 13) Gemoedsrust 14) Gerustheid 15) Glasplaat 16) Gemak 17) Geruststelling 18) Halftime 19) Het niet actief zijn


Het is momenteel nogal eens onrustig in ons huis. Het wegvallen van de logeeropvang, het (nog) niet voldoende geïndiceerd krijgen voor andere logeeropvang en de wachtlijsten voor als we het budget wel naar onze zin rond hebben vergen veel van ons allemaal. Onzekerheid is funest voor de rust in een gezin en nog wat meer in een gezin met autisme en ADHD.
Veel professionals raden ons dan ook aan om goed voor onszelf te zorgen en eens lekker een dagje er tussen uit te knijpen. Even wat afstand van de drukte en de zorgen. Even tijd voor onszelf. Even helemaal ontspannen.

Afgelopen week vond ik het tijd worden weer eens zo’n dagje weg te organiseren. Eerst maar eens via vakantieveilingen iets binnen ons budget op de kop tikken. Dat lukt wonderwel snel. Een teken dat een dagje relaxen ons gegund wordt? Dat, of fikse mazzel.

Dan komt het tweede punt, het regelen van de zaken thuis zodat we ook echt onbekommerd weg kunnen. Niet eenvoudig want doordat in onze omgeving de basisscholen vanaf zaterdag pas vakantie hebben is de opvang van de boerderij niet open.
Vorige maand heb ik vriendin Marijke ingeschakeld toen we heel graag naar en feestje wilden. Om haar dan nu weer te vragen voelt niet goed (al weet ik dat zij het geen probleem vindt) dus vraag ik andere vrienden of middelste een etmaaltje welkom is. En gelukkig kan dat. Dat geeft rust want jongste en oudste kunnen met een flinke instructie zich wel een dagje samen redden. Daar vallen niet zo snel rake klappen of gewonden als die samen thuis zijn. En omdat oudste thuis is hoeft jongst niet lang alleen te zijn dus daar hoef ik dan geen opvang voor te vinden.

Middelste merkt wel op dat hij nu al voor de tweede keer in twee maanden ergens heen gaat terwijl de anderen thuis blijven. Best confronterend, zowel voor hem als voor mij, maar gelukkig snapt hij wel waarom en vindt ook wel dat hij een beetje mazzel heeft dat hij mag logeren bij leuke mensen.

Vrijdag is het dan eindelijk zover. Na vier dagen regelen, voorbereiden en instrueren stappen we in de auto naar Voorst. Daar wacht ons een heerlijk saunacomplex waar we na enige opstartproblemen dan eindelijk weer een beetje ontspannen. We komen tijdelijk helemaal tot rust. En dat is best wat geregel waard.