donderdag 15 september 2016

#WOT deel 37

Dapper ~ 1) Braaf 2) Boud 3) Bluf 4) Driest 5) Eerlijk 6) Fiks 7) Flink 8) Fier 9) Ferm 10) Geducht 11) Heroïsch 12) Heroïek 13) Heldhaftig 14) Kloek 15) Kordaat 16) Krachtig 17) Kranig 18) Koen 19) Krijgshaftig 20) Moedig 21) Moresterk 22) Manmoedig 23) Mannelijk 24) Manhaftig 25) Niet bevreesd 26) Onverdroten 27) Onbevreesd 28) Onbeschroomd 29) Onbeducht

Ik ben een neuroot. Ik ben voor van alles en nog wat bang. Ik heb angsten die me op slechte dagen behoorlijk uit mijn slaap kunnen houden. En aan de meeste van die angsten doe ik geen fluit.

Natuurlijk weet ik ook wel dat ik mijn leven niet door angsten zou moeten laten leiden. Maar veel van mijn angsten staan dat leven ook maar weinig in de weg. Dat ik serieel bang ben een geliefde te verliezen maakt niet dat ik minder van het leven geniet. Het helpt me juist herinneren mijn geliefden te zien voor wat ze me waard zijn, hoeveel ik ze lief heb en hoe blij ik met ze ben.

Ik ben bang een ernstige ziekte te krijgen. Ik denk zelfs dat ik wel een tikje hypochondrisch ben. Gevoelsmatig dan, want rationeel wuif ik alle symptomen weg en kan ze zeer simpel verklaren. Altijd moe? Joh, je hebt een chronische ziekte, je hebt een hartinfarct gehad en je hebt een bovengemiddeld druk gezin. Geen wonder dat je altijd moe bent.
Hoofdpijn? Tja, altijd moe en veel stress, dat had je kunnen verwachten.
Hoestbuien met lichte pijn en een ietwat beklemmend gevoel? Vast een luchtweginfectie. Iedereen in de omgeving is al verkouden dus dat zal het wel zijn.
Ik ben zo goed in het rationaliseren dat ik mijzelf echt af en toe naar de huisarts moet schoppen omdat symptomen absurd lang aanhouden, me toch echt ongerust maken of me zelfs uit mijn slaap houden (waarmee ik dan mijn vermoeidheid moeiteloos verklaar)

Ook ben ik best wel bang van de wereld waar we in leven. Het maakt me zelfs zeer verdrietig. En ik weet hoe machteloos ik daarin ben. De enige manier voor mij om daar mee om te gaan is weinig nieuws volgen en proberen zelf zoveel mogelijk vriendelijkheid in de wereld te brengen. Gewoon iemand groeten. Af en toe iets aardigs zeggen tegen iemand die ik tegen kom. Een oprecht compliment uitdelen, zelfs al gaat het om uiterlijkheden. En vooral ook, vriendelijk zijn tegen werkende mensen. Een vrachtwagenchauffeur ruimte geven om een bocht te nemen en na afloop groeten, een kassameisje goedendag terugwensen, een telefoniste bedanken voor informatie. Kleine gebaren die mijn en hopelijk de ander zijn/haar dag een klein beetje mooier maken.

Mijn grootste angst is nog steeds autorijden op een snelweg. Daar komen al mijn angsten samen. Tel daar bij op dat ik geen enkele controle heb op het weggedrag van anderen. Bij het bedenken en opschrijven alleen al voel ik de onrust in mij groeien.
Nu zou ik daar best rijlessen voor kunnen nemen maar dat vind ik zelf een beetje klinken als ‘je bent bang voor water, waarom neem je geen zwemles?’ Waarom zou ik het mezelf aan doen volledige paniek te riskeren? Natuurlijk is het wel eens lastig. En soms beperkt het me zelfs. Openbaar vervoer is namelijk niet altijd een optie.
Toch kies ik ervoor geen professionele hulp te zoeken.  Natuurlijk omdat ik echt bang ben voor de angst. Maar ook omdat ik van mezelf mild mag zijn voor mezelf. Ik hoef niet alles te kunnen. Ik hoef niet altijd sterk te zijn. Ik moet niet alles kunnen. Soms mag ik gewoon heel erg bang zijn.

En dat vind ik pas echt dapper van mijzelf.

vrijdag 2 september 2016

WOT deel 35

Grenzen ~ 1) Afperking 2) Afpaling 3) Afscheiding 4) Afscheidingslijn 5) Begrenzing 6) Buitenrand 7) Begrensde tijdruimte 8) Beperking 9) Denkbeeldige lijn 10) Demarcatielijn 11) Drempel 12) Denkbeeldige lijn die twee gebieden scheidt 13) Deellijn (crypt.) 14) Einde 15) Gemeentegebied 16) Grenslijn 17) Grenswaarde 18) Kant 19) Kust 20) Landgrens 21)

Mijn grenzen en ik staan niet op goede voet. Het is geen dikke ruzie of oorlog, maar van vrede is ook geen sprake. Hooguit van lieve vrede, maar zoals altijd is lieve vrede vooral een bron van spanning en ergernis.

Ik voel mij een beetje bedrogen door mijn grenzen. Ik heb tijdenlang heel hard geprobeerd ze te eerbiedigen. Natuurlijk heb ik ze af en toe een beetje opgerekt, een beetje verlegd en misschien zelfs wel ietwat genegeerd, maar om me dan zo af te straffen vind ik toch wel schieten met een kanonskogel op een mug.

Wat er aan de hand is? Nou, ik ben bedeeld met nieuwe grenzen. Sinds twee weken mag ik mij scharen onder de astmapatiënten. Voor mij kwam de diagnose nog al uit de lucht vallen. Ik wist natuurlijk wel dat ik daarop werd onderzocht maar dat uit die onderzoeken daadwerkelijk naar voren zou komen dat ik astma heb had ik niet gedacht.

Na het eerste ongeloof ben ik nu in de boze fase aangekomen. Weer heeft mijn lijf een manier gevonden om mij te begrenzen. Weer moet ik opnieuw gaan onderzoeken wat mijn lijf wel wil en vooral ook wat niet. Weer eist mijn lijf een respect wat het zelf niet lijkt te geven. Weer zal ik moeten accepteren dat mijn hoofd, hart en lijf zeer verschillende dingen willen. Ik zal opnieuw een eenheid moeten zien te smeden tussen deze drie.
Voorlopig zie ik dat nog niet gebeuren. Mijn hoofd wil niet bevatten dat ik astma heb. Mijn hart wil even niet van datzelfde hoofd of het dwarse lijf houden. En het lijf wil absoluut geen polonaise.


Ja, het komt wel weer goed. Maar voorlopig ben ik vooral erg rebels en schop tegen de grenzen van hart, hoofd en lijf. Ze hebben me namelijk weer in de steek gelaten.

donderdag 11 augustus 2016

#WOT deel 32

Weg ~ 1) Afstand 2) Autoweg 3) Apo (Grieks) 4) Absent 5) Afwezig 6) Allee 7) Baan 8) Baanvak 9) Bevel 10) Broodje 11) Communicatiemiddel 12) Deel van een stad 13) Doorgang 14) Deel van een wijk 15) De deur uit 16) Die straat is niet te vinden (crypt.) 17) Ertussenuit 18) Etappe 19) Ervandoor 20) Ervandaan 21) Elders 22) Failliet 23) Foetsie

Al bij het lezen van de tweet met het nieuwe #wot-woord schiet er een liedje mijn hoofd binnen. En dat heeft zich behoorlijk in mijn hersenen genesteld. Dus om de haverklap zing ik in mezelf :”The road ahead is empty, it’s paved with miles of the unknown.” Verder kom ik nooit, want meer tekst ken ik niet. En wie het ook alweer zong heb ik even op moeten zoeken. Wel een o ja, maar ik kan niet zeggen dat ik daar zelf opgekomen zou zijn. Maar dat is ook niet echt van belang. Het gaat me hierbij echt om de tekst. Lekker cliché en daarom alleszeggend.

Op het gebied van mijn gezondheid heb ik het afgelopen jaar nogal een weg afgelegd. Alles om zoveel mogelijk te herstellen en misschien zelfs wel een klein beetje winst te behalen. Ik was natuurlijk al behoorlijk lang aan het kwakkelen, dus het zou mogelijk moeten zijn om hier iets beter uit te komen dan ik het infarct in ging.
Achteraf is de weg goed te zien. En man, wat heb ik stappen, stapjes en sprongen gemaakt. Maar helemaal hersteld heb ik mij nog niet gevoeld. Natuurlijk komt dat doordat ik een heel grote klap heb gehad, maar ook omdat ik opnieuw vage klachten kreeg. Vooral het gevoel adem te kort te komen bij inspanning maakt onzeker. Vooral ook omdat ik dat al eens eerder langere tijd had.

Sinds juni draai ik daarom opnieuw in de medische molen mee. Eerst bij huisarts die geen virus of infectie constateerde en mij voor de zekerheid toch maar terug naar de cardioloog stuurde.
De cardioloog kon geen duidelijk aanwijsbare cardiologische verklaring vinden en heeft mij doorgestuurd naar de longarts. Daar mocht ik vandaag heen. Veel duidelijkheid is er nog niet. Maar wel is er een stukje van de weg die ik heb te gaan uit gestippeld. Weer meerdere testen.

Of het wat gaat opleveren is onbekend. Het kan namelijk best zo zijn dat er lichamelijk niets mis is met me, maar dat mijn klachten een restant zijn van het infarct. Want dat schijnt te kunnen, boven verwachting herstellen en toch restklachten hebben. Zoals de cardioloog al waarschuwde: ’Het kan zijn dat je zult moeten accepteren dat dit het is. Dat dit bij je hoort. Dat je je altijd enigszins beperkt zult voelen. Waarom is een raadsel, maar dat gebeurt bij een deel van de patiënten. En bij een groter deel dan je nu denkt.’

De weg die ik heb te gaan is dus niet helder. En ondanks dat ik goed ben in beren op de weg zien is hij eigenlijk zo goed als leeg. Er staan wel wat afspraken als richtpunt maar de uitkomst is zo onbekend dat daar geen enkele verwachting aan te ontlenen is.
En dus neurie ik nog maar eens wat voor me uit. De uitvoerende artiest is trouwens City to city, mocht iemand het zich afvragen.





zaterdag 2 juli 2016

Delfsail: bootjes, buien en plietski's kijken

Donderdagochtend stap ik met drie redelijk opgewonden zonen in de auto. De jongste twee hebben een snipperdag mogen opnemen van school, oudste hoeft niet te werken en ook ik heb een dag zonder afspraken. Niet helemaal per ongeluk en toevallig, vandaag gaan we namelijk naar de Sail In van Delfsail. Maar eerst rijden we naar Meedhuizen, naar Ben en Carla. Daar drinken we een kop koffie, strekken we de benen en  gaan allemaal naar het toilet. En dan met z’n allen door naar Delfzijl.

Al voor Delfzijl staan we stil door boten. Er moeten even wat zeilbootjes door een sluis. Er zijn enkel masten te zien, maar dan wel meteen heel veel. Er passen best veel bootjes in die sluis! Nodeloos te zeggen dat het dus even duurt voor we verder kunnen. En dat begint zijn tol te eisen van middelste. Er wordt een groot beroep gedaan op zijn geduld.
Als we dan eindelijk de brug over de sluis over kunnen slaat Ben al snel af naar een mogelijke parkeergelegenheid. Het is even een stukje lopen maar dat vinden we geen van allen een probleem. Het is zelfs wel even lekker om de benen te kunnen strekken.


Eenmaal bij de toegangsweg van de haven aangekomen stokt onze voettocht weer. We moeten even wachten voor een historisch cavaleriegezelschap. Ze mogen de al volop binnen gevaren plezierboten verwelkomen. En dat gebeurt traditioneel, dus met een kanonschot. En dat was een heel behoorlijke knal. Zo een waarvan je je ook echt welkom voelt.
We mogen weer verder lopen. Wel een paar honderd meter want daar staat een brug tussen twee havengedeeltes open om de kleine pleziervaart naar binnen te laten zodat er in de grote haven ruimte komt voor alle schepen van de sail. Terwijl we voor de slagboom staan te wachten zegt oudste plots: ’Kijk, net zo’n rondvaartboot als de Jan Plezier.’ En ja, in de verte vaart een salonboot. Middelste ziet ‘m ook en zegt: ’Dat is de Jan Plezier.’ Natuurlijk Jas, hier in Delfzijl is een van de eerste boten die we zien een boot uit Meppel. ‘Ik weet het zeker want het staat daar aan de zijkant. Kijk maar. En daar aan de achterkant staat Meppel.’ Hoe we ook kijken en turen, wij zien niks. Tot de boot dichterbij komt, dan kunnen we allemaal lezen wat middelste allang had gelezen, het is inderdaad de Jan Plezier uit Meppel! Nee, die jongen heeft nog lang geen brilletje nodig.


We kunnen weer verder en lopen lekker rondkijkend door het havengebied naar de havenmonding. Daar gaan we lekker op een dijkje zitten wachten op de Sail In van de deelnemende schepen.
Het wordt een erg lange zit. De informatie op de website bleek niet helemaal te kloppen, de schepen zouden wat later aankomen dan daar op stond. Maar ook het weer werkt tegen. De wind waait straf vanuit de haven waardoor veel schepen binnen gesleept moeten worden en dat kost ook behoorlijk wat tijd. Dan zijn er nog een aantal vervelende buien die hoewel ze steeds maar een paar minuten duren ervoor zorgen dat we allemaal nat, klam en ongeduldig worden.




Maar dan melden de jongens dat er in de mist  aan de andere kant van de pier schepen te zien zijn. Ze komen er aan! Op het water in de havenmond neemt de bedrijvigheid toe. Er vaart van alles. Rondvaartboten, motorbootjes, kleine zeilbootjes en jetski’s met politie, door ons omgedoopt tot plietski’s.
En dan komen ze echt binnen. Helaas door de tegenwind en de buiïgheid met gestreken zeilen  maar nog steeds erg indrukwekkend. Wat zijn die schepen groot. Wat zijn er ongelooflijk veel mensen aan boord. En wat zitten er een boel touwtjes aan al die masten, dwarshouten en andere palen.















Helaas blijft het weer zeer wisselvallig. Dit vergt veel van het gestel. En hoewel nog niet alle schepen binnen zijn besluiten we terug naar Meedhuizen te gaan. De jongens mopperen eerst nog wel wat maar onderweg naar de auto merken ook zij dat die paar uurtjes best veel van ze gevergd hebben. Alleen op een ander vlak.
In Meedhuizen ploffen we met zijn allen op de beschikbare hangplekken. Even lekker niksen. Als dan ook nog wordt aangeboden dat we mogen mee-eten zakken we nog wat dieper weg in de bank en stoelen. Zo lekker dat er goed voor ons wordt  gezorgd. We raken er helemaal ontspannen van.

Maar na het eten is het dan toch echt tijd om naar Meppel te gaan. We zijn precies op tijd thuis om nog even met manlief samen koffie te drinken en de oren van zijn hoofd te kletsen over al die geweldige dingen die we hadden beleefd, meegemaakt en gezien. Ik denk dat hij blij was dat hij vlak daarna naar zijn werk mocht.



alle foto's zijn gemaakt door Ben en Carla







maandag 6 juni 2016

Stress en andere vervelende zaken

Stress, een veel gebruikt woord. Allemaal ervaren we wel eens stress. Soms wat meer, soms wat minder. Soms maar kort, af en toe langduriger. Voor sommigen is het een woord voor wat spanning en een volle agenda. Voor anderen is het meer een gevoel van onder druk staan en (te) veel moeten.
De afgelopen weken heb ik zeer veel stress ervaren. En dan die stress van de tweede soort. Het is allemaal al veel langer geleden maar plots kwamen een aantal dingen samen en begon mijn lijf te reageren.

Het begon met een knagend gevoel dat er iets niet klopte in de afhandeling van de gespreksverslagen van jongste en middelste. Het duurde allemaal te lang. De keukentafelgesprekken hadden al in december plaats gevonden maar doordat het logeerhuis dicht ging en we eerst nieuwe opvang schenen te moeten hebben voor de verslagen konden worden ondertekend en de beschikkingen afgegeven had het al even geduurd voor we ze eindelijk kregen. Vooral ook omdat er met het verzenden iets fout was gegaan, de verslagen daarna spoorloos verdwenen zijn in de post en de hele boel opnieuw moest worden verstuurd.
Toen ik ze in april onder ogen kreeg gingen meteen alle alarmbellen af. Dit was fout gegaan. Ondanks dat er ons steeds was voorgehouden dat we de zorg die we hadden ongeveer behielden stond er echt dat we 12 logeerweekenden per jaar kregen. Een per maand. Maar we hadden een etmaal per week. Ja, rijkelijk veel maar van die extra dagen bekostigden we het logeren en de extra dagopvang in vakanties. En ja, die hebben we nodig. Manlief kan nou eenmaal niet elke nachtdienst in een vakantie vrij krijgen, middelste gaat zich thuis vervelen en gaat dan anderen lastig vallen en ook jongste vliegt na twee weken tegen de muren op.
Ik heb direct gebeld en de situatie voorgelegd. Ook de case-manager besefte dat er iets niet goed was gegaan in de communicatie. Ze zou het aanpassen en nadat het wederom was voorgelegd aan haar baas zouden de nieuwe verslagen onze kant weer op komen. Maar ze kwamen niet.

In eerste instantie wilde ik geen zeurmens zijn. Ze had gezegd dat het geregeld ging worden. Ik hoefde me geen zorgen te maken want het werd aangepast. Paniek was niet nodig want alles kwam goed.
Toen kwam de hoofdpijn. Zo’n zeurende. Zo’n vervelende hoofdpijn die je kan hebben als je iets moet doen waar je tegen op ziet. Zo’n spanningshoofdpijn. En ik wist meteen wat daarvan de oorzaak was. Die verrekte gespreksverslagen. En dus deed ik verstandig. Ik ondernam zo snel mogelijk actie.
Dat viel tegen. Het heeft ruim een week geduurd voordat ik de case-manager aan de telefoon kreeg. Ik vertelde dat we nog steeds geen nieuwe verslagen hadden ontvangen. Ze reageerde verrast. Ze waren al een paar weken geleden verzonden. Ze had het al zo vreemd gevonden dat we maar niet reageerden. Ze beloofde ze zo spoedig mogelijk opnieuw toe te sturen.
Ze hield woord. Twee dagen later waren de verslagen, met aangepast aantal weekenden, in huis. Ze zijn dezelfde dag nog ondertekend retour gegaan.
Nu dat afgehandeld was kon ik de andere stress die zich in mijn lijf had genesteld los laten. Een gemeen soort stress. Een soort wat zich manifesteert in mijn darmen. De stress van de machteloosheid. Maar ik was niet langer machteloos, dus die stress zou ook weg gaan. Dacht ik.

Een dag na het terug sturen van de verslagen werd ik door de gemeente gebeld. Dit keer door de andere case-manager, die van oudste. Oudste liep in februari tegen een aantal dingen aan en er werd geadviseerd ondersteuning aan te vragen. In april hadden we alles rond en kreeg ik van zijn casemanager een aantal namen van instanties die de hulp konden bieden die wij voor oudste zochten. In overleg met oudste kozen wij een instantie uit, gaven dit door aan de casemanager. Kregen groen licht en ik heb hem aangemeld. Ik kreeg een paar dagen later een bevestigingsbrief met daarin de boodschap dat ze zeer binnenkort contact op zouden nemen voor een afspraak. Dat gebeurde enkel maar niet. Afgeleid als ik was door de perikelen rond de zorg van de andere kinderen verdween de onrust daarover een beetje naar de achtergrond maar nu dat was opgelost wist ik dat ik daar ook even achteraan moest bellen. Maar dat hoefde dus al niet meer. De instantie had al met de gemeente gebeld.
De instantie had inderdaad de aanmelding binnen gekregen en bevestigd. Ze hadden zelfs al de beschikking van de gemeente binnen maar toen ze de afspraak wilden inplannen stuitten ze op een probleem. Het budgetplafond was bereikt. In mei, het budgetplafond bereikt. Ze konden dus helaas niets voor deze jongeman betekenen.

Ik was even helemaal stil. En toen werd ik nog even stiller. Met zoveel moeite en zorgvuldigheid hadden we gezocht en we dachten dat we het hadden gevonden. En toen kwam bureaucratie en geld voorbij. En nu? Wat moesten we dan nu?
Ik voelde de moed in mijn schoenen zinken. Ik was de afgelopen maanden al zo intensief bezig geweest met zorg zoeken, zorg vinden, zorggeld vragen, zorg proberen te regelen. En het ging al zo moeizaam. Ik had gedacht dat we dat stuk voorlopig konden afsluiten en nu moest ik weer opnieuw beginnen met zoeken?
Ik ben nog steeds blij dat de casemanager van oudste vrijwel direct aanbood zelf zorg te gaan zoeken en dan eerst het budgetplafond checken voor ze ons met elkaar in contact brengt. Maar de stress had al toegeslagen. De stress van de machteloosheid.


Het heeft een poos geduurd. Ik heb me op mijn blog even een flink stuk minder laten zien. Ik heb bewust een beetje afstand genomen van sociale media. Om met de woorden van een dierbare vriendin te spreken heb ik mij een tijdje verschanst in mijn tipi. En het heeft geholpen. De buikpijn is zo goed als weg. De darmen functioneren bijna naar behoren. De hoofdpijn is weg. Nu alleen nog een paar nachten lekker slapen en het leed is weer geleden. Ik ben we weer.

maandag 9 mei 2016

Fictie

Het kriebelt. Het kriebelt al langer. Maar door een directe vraag van een vriendin heeft de kriebel aandacht gekregen en is daardoor gegroeid.
Haar vraag was direct maar simpel: ”Schrijf jij eigenlijk nog?” En ik kon niet anders dan schoorvoetend toegeven dat ik al in geen eeuwigheid meer fictie had geschreven. En ik weet ook niet of ik het alweer kan. Of aandurf. Het kost al zo ontzettend veel tijd en moeite om  ‘gewoon’ te bloggen.

Het is geen onwil. Zeker niet. Ik heb namelijk altijd veel plezier beleefd aan het proces van hersenspinseltje tot voltooid verhaal. Het bedenken van mogelijke ontwikkelingen. Het proberen uit te werken van een wild idee en het dan toch volledig schrappen omdat het niet klopt met je personage. Of het verhaal vertraagd, onnodig ingewikkeld maakt of zelfs verstoord.
Het verbaasde en plezierde mij enorm om te zien wat ik met wat woorden tot stand kon brengen. Ik ben ondanks al mijn onzekerheid ook altijd erg trots geweest op mijn verhalen op ‘Cin verzint’.
En daar wringt ‘m de schoen. Ik ben bang dat ik dat niveau wat ik van mijzelf eis niet meer kan bereiken.

Ik heb vorig jaar een beste optater gehad. Een optater die zowel lichamelijk als geestelijk sporen heeft achtergelaten. Een van die sporen was een enorme woordverwardheid. Ik kon woorden niet terug vinden, ik had moeite met synoniemen en ook mijn zinsopbouw liet geregeld te wensen over.
Maar ook mijn concentratievermogen en geheugen hadden te lijden gehad. Informatie kwam nauwelijks binnen en anders zorgde mijn geheugen er wel voor dat het verkeerd werd opgeslagen. Ik had al moeite te onthouden welk onderwerp de zin had die ik was begonnen, laat staan dat ik een hele alinea kon schrijven. Er waren wel verhaalideetjes en zelfs af en toe een schrijfpoging maar de verhaallijnen raakten meer verstrikt dan een streng kerstlichtjes.
En toen heb ik het ondenkbare gedaan. Ik heb het opgegeven. Weliswaar tijdelijk, maar toch. Ik zag het niet meer zitten. Ik kon me niet indenken dat ik ooit weer een volledig verhaal zou kunnen schrijven.


Maar de kriebel is er. En de kriebel is behoorlijk toegenomen. Er beginnen zich weer verhaallijntjes in mijn hoofd te ontspinnen. Er worden weer personages en achtergronden bedacht. Er wordt weer nagedacht over gebeurtenissen, plots en twisten. Ik wil mijn fantasie weer aan het werk zetten en de bevrediging voelen van de laatste punt achter een goed verhaal. En hoewel ik nog wel vastloop in de opstart voel ik aan mijn water dat er binnenkort eindelijk weer leven in de brouwerij komt op mijn andere blog.

zondag 8 mei 2016

#WOT deel 18

Niks ~ 1) De kosten van de zonsopgang (crypt.) 2) Geen zier 3) Geen enkel ding 4) In het geheel niets 5) Minder dan iets 6) Minder dan weinig 7) Mis 8) Noppes 9) Nihil 10) Niets 11) Niet 12) Nada 13) Niemendal 14) Nog minder dan niets (crypt.) 15) Niemendal 16) Niets anders dan ’n x (crypt.) 17) Nul 18) Ontkennend telwoord 19) Onbepaald voornaamwoord

We doen het allemaal wel eens. De een iets meer dan de ander maar wanneer er ons word gevraagd of er iets scheelt, is ons antwoord al snel ‘niks’. Niet omdat ons  daadwerkelijk niets mankeert maar meer omdat we geen sociaal ongewenst antwoord willen geven.

Natuurlijk doe ik dit zelf ook. Hoewel ik mij lang geleden al eens had voorgenomen eerlijker antwoord te geven op zo’n vraag merk ik dat het nog al uitmaakt wat er aan scheelt of ik dat doe. Er zijn nou eenmaal een aantal onderwerpen waar je het niet zomaar over hebt. Dingen die sociaal nog niet heel erg worden geaccepteerd als normaal gespreksonderwerp.

Mocht je nu denken dat dat onzin is moet je je maar eens afvragen hoe je het zou vinden als ik zou zeggen: ”Nee, het gaat niet zo goed. Ik ben ongesteld geworden en heb de halve nacht wakker gelegen van de buikkrampen. Ze waren zo hevig dat ik droomde dat ik heftige weeën had en ging bevallen.”
Het zou zomaar kunnen dat je je een beetje ongemakkelijk voelt bij zoveel openhartigheid over vrouwenkwaaltjes. Misschien vind je het aanstellerij, want alle vrouwen menstrueren en hebben allemaal wel eens een beetje last van kramp. Misschien vind je dat ik een beetje te openhartig ben over mijn persoonlijke ellende. Maar vooral is het een antwoord wat je niet verwacht en dat wil nog wel eens voor sociale ongemakkelijkheid zorgen.


Het lijkt wel of er een code is. Er zijn een aantal onderwerpen die je niet aanroert als iemand vraagt of er iets mankeert. Je hebt het niet over vrouwenkwalen. Je spreekt niet over dingen die vies worden gevonden zoals diarree of bloed op rare plaatsen. Je hebt het ook niet over financiële tegenslagen. Je zwakt eventuele fysieke klachten af. En je houdt je mond over psychische aandoeningen. Maar om helemaal veilig te zijn geef je gewoon ‘niks’ als antwoord, dan kun je je in ieder geval niet vergissen in hoe vrij je bent in je antwoord.