vrijdag 21 december 2012

Kritisch of zuurpruimerij?


Bijna het hele land is in de ban van Serieus Request. Er is bijna geen ontkomen aan de acties die er voor worden gehouden. En zoals altijd zijn er cynici. In plaats van genieten van de medemenselijkheid te willen zien van een actie als deze vallen ze over de commercie, over de vermeende mediageilheid van de dj,s en over het gekozen goede doel.
Er wordt geschreven en gezegd dat er in Nederland ook armoede is. Helemaal waar, maar ik denk dat we in dit geval armoede toch moeten herdefiniëren. In Nederland is armoede moeite om dagelijks drie maaltijden op tafel te zetten, geld bij elkaar moeten sprokkelen om de gas-, licht-, en waterrekening te kunnen betalen, meubels kopen bij de kringloopwinkel, gedragen kleding krijgen of kopen, je kinderen niet kunnen laten sporten.
Maar in Nederland hebben we wel een voedselbank zodat er af en toe nog een maaltijd op tafel komt, er zijn betalingsregelingen te treffen met schuldeisers en anders is daar nog de kredietbank. Er is een kringloopwinkel voor gebruikte spullen. En als we de kraan open draaien komt er schoon water uit.
We klagen graag en hard dat de gezondheidszorg te duur is en dat er teveel op bezuinigd wordt. Maar we hebben wel gezondheidszorg. Als er iets is kunnen we naar een huisarts. Als we denken dat het ernstig is, kunnen we naar de spoedeisende hulp. Binnen een half uur kunnen we in een ziekenhuis zijn. En daar worden we geholpen. Er zijn medicijnen voor handen. Er kunnen röntgenfoto’s worden gemaakt en indien noodzakelijk kan er een CT- of MRI scan worden gemaakt.
Als we zwanger zijn worden we overspoeld met adviezen, aanbiedingen van cursussen en er is deskundige begeleiding bij bevallingen. Nog steeds is het krijgen van kinderen niet een vanzelfsprekend iets maar het is ons een stuk makkelijker gemaakt dan vrouwen in derde wereldlanden. Hier klagen we als we een half uur onderweg zijn met een moeilijke bevalling, daar moeten vrouwen zelf lopen naar de dichtstbijzijnde kliniek, meestal op twee dagen afstand. En dan zijn ze niet bij een volledig geoutilleerd ziekenhuis maar bij een Rode Kruispost met een verpleegster en een verloskundige. En honderden andere vrouwen die ook moeten bevallen, aan het bevallen zijn of net bevallen zijn. Privacy kun je op je buik schrijven, daar is geen ruimte voor.
De cynici hebben ook de mond vol van het kansloze leven wat geholpen kinderen in de derde wereldlanden wacht, de kinderarbeid, de uitbuiting, de ziekte, oorlogen en andere rampen. En dan hebben we natuurlijk de overbevolking van de aarde nog. Waarom zouden we dan überhaupt nog toestaan dat er kinderen worden geboren. Moeten we dan maar vergeten dat kinderen ook iets betekent voor deze mensen? Niet enkel een extra mond om te voeden maar ook de hoop op een toekomst? Een extra paar handen om te helpen het land te bewerken en de oogst binnen te halen? (iets waar wij nog steeds de zomer- en herfstvakantie te danken hebben) Dat deze kinderen een oudedagsvoorziening zijn omdat ze daar geen AOW of pensioen kennen? En moeten we vooral ook maar vergeten dat ook deze ouders gewoon van hun kinderen houden? Of is dat laatste alleen voor behouden aan de mensen die dat kunnen betalen?
Ieder heeft recht op een mening. Het staat een ieder vrij wel of niet te geven. Maar hopelijk willen de criticasters nog eens goed om zich heen kijken of we het hier in Nederland echt net zo slecht hebben als in de derde wereldlanden. Of ze echt zelf iets doen aan de uitputting van de grondstoffen. Of ze zelf biologisch en ecologisch verantwoord omgaan met de wereld waarop we leven. Dat ze zelf nooit iets kopen wat door kinderen gemaakt zou kunnen zijn. En hun kritische blik niet verkondigen via een smartphone die tot stand is gekomen door uitbuiting van de arbeiders die het in elkaar hebben gezet.

woensdag 5 december 2012

De bult


Twee weken geleden kwam Karsten uit school lopen met de mededeling dat hij een vervelend bultje in zijn hals had. Omdat Karsten nog al eens naar hypochondrie kan neigen wierp ik een snelle blik en zei:”Ja, daar zit een bultje. Kom we gaan.”
’s Avonds vertelde hij weer dat er een bultje in zijn nek zat. Weer wierp ik een blik en zag tot mijn verbazing dat het kleine bultje een stuk groter was geworden. Het leek op de plaats van zijn lymfeklieren te zitten dus ik maakte me nog niet druk. Het is een kind van tien en die hebben altijd wel een virus onder de leden. Het zou daar wel een reactie op wezen.
Ook de volgende dag leek het bultje gegroeid. Zo veel dat je nu duidelijk zag dat zijn gezicht enigszins was opgezet onder de kaaklijn. Ik voelde eens aan de plek en voelde duidelijk een massieve massa met eromheen opgezet weefsel. Hmmm, toch maar even de huisarts bellen.
De volgende ochtend kon Karsten terecht bij de huisarts in opleiding. Na de bult uitvoerig te hebben bekeken en bevoeld, besloot deze de eigen huisarts er bij te roepen. Geen van beiden leken te weten wat het was en dus werd er besloten tot een bloedonderzoek om te kijken of er misschien een ontsteking zat in de kaak of hals, ook al waren er daar geen aanwijzingen voor. Karsten kon naar huis met de afspraak om een week af te wachten en als de bult er dan nog was een nieuwe afspraak te maken.
In de week die volgde wisselde de opgezetheid van zijn gezicht nogal eens, maar de bult zelf bleef onverminderd groot. Hij leek zelfs nog steeds een beetje groter te worden. Dus er werd een nieuwe afspraak gemaakt.
Gisterenochtend zaten we om negen uur in de wachtkamer van de huisarts. Wederom werd de bult bekeken en betast door de huisarts. Terwijl ik toekeek zag ik een groot vraagteken op het gezicht van hem verschijnen. Hij voelde, tastte en duwde nog wat maar het vraagteken bleef. Hij kon niet goed voelen of de bult nu wel of niet aan het kaakbeen vast zat. Hij wilde ons doorsturen naar een specialist maar wist niet goed welke.
Na enig wikken en wegen besloot hij een spoedafspraak te regelen bij de kno-arts. Mocht het nou toch aan het kaakbeen vastzitten zou dat vanzelf blijken uit de onderzoeken en konden we alsnog een afspraak maken bij de kaakchirurg.De assistente werd aan het bellen gezet en ze regelde een directe afspraak voor ons. We mochten meteen naar het ziekenhuis waar in het spreekuur plaats zou worden gemaakt voor ons knulletje.
Na een snel onderzoek van keel, neus en oren, herhaalde het voelen, tasten en duwen zich. En ook bij de kno-arts verscheen er een vraagteken op het gezicht. Ook deze vond het een heel bijzondere bult en had eigenlijk geen idee wat het was. Aanvullend onderzoek was gewenst. Bij het idee van een nieuwe bloedafname werd Karsten al bleek en toen de man vertelde dat hij een onderzoek wilde waarbij ze met een naald in de bult zouden steken vertrok hij helemaal. Maar dapper als hij is ging hij gewoon mee naar de prikkamer waar ze hem snel en redelijk makkelijk de benodigde buisjes bloed afnamen. Vanaf de prikkamer gingen we terug naar de poli KNO waar we te horen kregen dat we door mochten naar Radiologie voor een echo. Ze hadden het onderzoek van Karsten tussen de andere onderzoeken geplaatst. Hij mocht direct komen.
Toen we ons meldden bij de balie van radiologie kregen we te horen dat door een spoedonderzoek alle afspraken een half uur uitliepen. Oei, dan werd het hoog tijd eens even te bellen met de mentor van onze oudste want daar had ik een afspraak mee staan. Ik ben naar buiten gegaan om even te bellen en direct snel wat nicotine naar binnen te werken, we waren onderhand namelijk al tweeënhalf uur onder de pannen. Toen ik terug kwam lopen bleek dat wij de spoedafspraak hadden waardoor de rest een half uur langer moest wachten, want we waren al aan de beurt.
Het echo-onderzoek zelf ging vlot en goed. Vrijwel direct zag de radioloog dat er sprake was van een sterk vergrote lymfeklier. Direct zocht hij andere lymfeklieren op, maar deze waren allemaal van normaal formaat. Vervolgens moest hij uitzoeken of de vergroting uit weefsel bestond of dat er vocht inzat. En op verzoek van de kno-arts zou hij een punctie doen. Deze punctie zag er niet alleen heel naar uit, het deed Karsten ook verschrikkelijk veel pijn. Er werd een naald in de bult gestoken en hiermee moest worden gewrikt om eventuele vloeistof af te nemen en een stukje weefsel op te zuigen. Het toch al vertrokken koppie werd nog een paar tinten bleker, maar hij vertrok geen spier en bleef keurig liggen en opdrachten uitvoeren. Stoere vent!
Na deze martelgang konden we weer terug naar de poli KNO waar we te horen zouden krijgen hoe nu verder. Er was gebleken dat er geen vloeistof in de bult zat dus het was geen abces of cyste. Wat het wel was zou moeten blijken uit de andere onderzoeken. Het zou kattenkrabziekte kunnen zijn en daar werd zijn bloed dan ook op onderzocht. Donderdag zijn alle uitslagen binnen en mogen we terugkomen voor hopelijk een diagnose en behandeling.
Al met al was het een enerverende en vermoeiende ochtend maar wat ben ik blij met de medewerking die we kregen in het ziekenhuis. Nu hebben we in een ochtend gedaan waar we via de normale weg zo twee weken mee bezig zouden zijn geweest. En morgen al krijgen we alle uitslagen. Dat scheelt toch een hoop dagen in spanning zitten.

zondag 2 december 2012

Bezinning


Het is weer december. In Nederland de feestmaand bij uitstek, maar voor velen ook een maand voor bezinning. Weer een jaar bijna voorbij. Even tijd om stil te staan bij wat dat jaar heeft gebracht.
Voor mij persoonlijk zit er niet alleen een jaar bijna op, maar is er ook bijna weer een levensjaar voorbij. En melancholisch als ik kan zijn, geeft me dat altijd extra motivatie stil te staan bij de maanden die geweest zijn. Even stil staan bij wat is geweest. En wie mij ergens op sociale media volgt weet dat er altijd genoeg is om op terug te kijken. Vooruit kijken doe ik liever niet. Het leven heeft mij al vaak genoeg laten weten dat vooruit kijken voornamelijk koffiedik kijken is. Het pakt altijd anders uit dan ik van te voren had bedacht.
Maar dit jaar ontkom ik er niet aan. Sinds vrijdag weet ik dat ik vooruit zal moeten gaan kijken. Vrijdag kreeg ik te horen dat mijn contract bij mijn werkgever op 14 december afloopt. Door economisch zwaar weer worden er geen contracten meer verlengd en al helemaal niet meer omgezet in een vaste aanstelling, iets waarvoor ik nu in aanmerking zou komen. Vanaf 14 december ben ik werkende moeder af.
Dat tijdelijke contracten niet meer werden verlengd was mij bekend. De datum van het aflopen van het contract was even een verrassing, maar voor de rest voelde ik vooral berusting. Het is niet anders. En het is niet zo dat wij als gezin financieel afhankelijk zijn van die paar centen die ik binnenbracht.
Maar vrijdagavond begon er een ander gevoel op te zetten. Ik ben toch verdrietig dat ik mijn baan kwijt ben. Niet alleen om het werk zelf, maar het is toch ook een onderdeel van mijn leven. Het geeft me iets anders om over te praten dan het huishouden en de kinderen. Het laat me andere talenten aanspreken. Het heeft mijn zelfbeeld veranderd. Het geeft me voldoening. Kortom, dat baantje van een paar uurtjes voor een paar centen is onderdeel geworden van mijn identiteit.
Een deel van mijn identiteit zal gaan veranderen. Het is aan mij om te beslissen hoe ik dat wil gaan invullen. Voorlopig heb ik nog geen flauw idee. Ik hoop dat de tijd het me zal leren.
Het is weer december. Voor mij een tijd om te beschouwen wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft. Wat heeft het leven mij gegeven, wat heb ik er mee gedaan, wat heeft het mij opgeleverd? De conclusie zal wel hetzelfde zijn als alle andere jaren. Ik heb veel opgestoken van wat het leven mij bracht, maar aan het eind van het jaar zit ik met meer vragen dan antwoorden. Dat zal wel nooit veranderen.

woensdag 21 november 2012

Een tijd van gaan


De tijd van gaan is gekomen. Deze week nog hef ik mijn hyvespagina op. Ik heb mijn startpagina al maanden niet meer gezien en toch valt het me zwaar. Lange tijd heeft hyves een grote rol gespeeld in mijn leven. Het nu opheffen voelt als een definitieve afsluiting. En vooral voelt het als het loslaten van een heel dierbaar iemand.
Hyves was de plek waar ik Iris vond. Hyves was wat ons tot het einde toe verbond. Haar laatste reactie op een blog van mij koester ik. Haar woorden die echt van haar waren, maar niet meer als die van haar voelden. Ze vormden een voorbode voor het afscheid wat er aan zat te komen.
Ik koester al haar reacties. De lieve woorden. De schop onder mijn kont. De onzin en gein. Haar overtuiging van mijn kracht die ik verloochende. De stimulans om vooral te blijven schrijven. De aansporing de sprong naar fictie te wagen. Haar geloof in een talent wat ikzelf nog niet had ontdekt.
Afgelopen zondag is haar gelijk bevestigd. Zwart op wit. Een verhaal van mij in een bundel. Ze had gelijk. Ik kan meer dan ik zelf wilde geloven. Andere mensen hebben haar taak van in mij geloven overgenomen. Trots kan ik toegeven dat ik daar zelf een van ben.
Het is tijd om haar los te laten. Het is tijd om dat wat zij me heeft geleerd toe te gaan passen. Houd niet krampachtig vast wat je bang bent te verliezen. Pas als je loslaat komt er ruimte voor wat echt dierbaar is. Een liefdevolle herinnering.

woensdag 7 november 2012

zeikwijf


Binnen ons gezin sta ik niet bekend als iemand met een heel grote blaas. Binnen onze familie- vrienden- en kennissenkring ook niet trouwens. Ik sta eerder bekend als iemand die heel vaak moet plassen.
Sommige momenten zijn sterk geconditioneerd. Zo moet ik altijd voor we ergens heen gaan. Bezoek ik altijd het toilet als het eten klaar is voor ik aan tafel ga. En als ik naar bed toe ga kan ik zodra ik boven ben doorlopen naar de badkamer.
Andere momenten zijn niet geconditioneerd maar toch moet ik dan altijd. Zet mij langer dan een half uur in een auto en ik kan meteen op zoek naar het dichts bijzijnde toilet. Laat mij met de trein reizen en ik sta voor het eindstation al op knappen. En de meest vervelende, ik moet altijd plassen als ik net echt lekker in bed lig.
Ik kan altijd wel. Zelfs op commando. Ik heb nog nooit problemen gehad met een potje volplassen voor een urinecontrole. Geef me een toilet en een minuutje en je hebt genoeg urine voor twee of drie onderzoeken.
Toen de doktersassistente mij gisteren dan ook vertelde dat ik een plastablet kreeg tegen de hoge bloeddruk kon ik een grinnik maar ternauwernood onderdrukken. Ja hoor, Mies Pies krijgt een plastablet. Toen de apotheker mij nogmaals vertelde dat dit een plastablet was en ik daar echt even rekening mee moest houden kostte het moeite mijn lachen in te houden.
Thuisgekomen vertelde ik manlief wat er die dag zoal was geconstateerd en welke maatregelen er waren genomen. Bij het woord ‘plastablet’ keek hij me eens ongelovig aan en barstte uit in een onbedaarlijke lachbui. Eenmaal uitgelachen waren we het al snel met elkaar eens. Als die pillen hun werk goed doen word ik echt een zeikwijf.

woensdag 31 oktober 2012

Paniek!


De eerste paniekaanval die ik heb gehad dateert al van enkele jaren geleden, maar ik herinner me nog elk detail. Ik kan het zelfs na al die tijd nog voelen.
Het was een dag als alle andere in een erg drukke periode in ons leven. Ik zat ’s avonds met een vriendin op msn en ik was aan het vertellen over de komende dag. Terwijl ik zat te typen kreeg ik het plots heel warm, ik begon te zweten en ik voelde mijn hart steeds sneller en duidelijker gaan kloppen. Ik voelde mijn hart letterlijk in mijn keel kloppen. Maar het meest opvallende was dat mijn armen en handen heel erg begonnen te trillen. Ik kon ze niet meer onder controle krijgen. Ik schrok me helemaal rot.
Mijn vriendin had al snel door dat ik me helemaal niet jofel voelde en zo goed en kwaad als dat ging met mijn trillende handen vertelde ik haar wat er met me gebeurde. Haar conclusie was dat dit erg klonk als een paniekaanval.
Mijn vriendin leidde me terug in het gesprek tot het punt waarop de aanval begon. We kwamen uit op het punt waarop ik vertelde dat ik de volgende dag tussen de drukke bedrijven door ‘even’ op en neer moest naar Steenwijk om de middelste op te halen. Ik voelde daar zoveel tijdsdruk en ‘moeten’ dat ik bij de gedachte er aan al in paniek raakte. Haar advies was glashelder. Naar de dokter en rap een beetje.

Braaf als ik ben volgde ik haar advies op. Maar natuurlijk wel pas nadat ik eerst naar Steenwijk was gereden. Tijdens de rit merkte ik dat ik in een extreme staat van alertheid verkeerde. Ik had nog nooit zoveel gezien achter het stuur. Ook was ik me erg bewust van mijzelf. Mijn ademhaling was gejaagd, mijn rug verkrampt en mijn handen trilden. Toen ik in Steenwijk was realiseerde ik me pas dat ik misschien wel heel alert leek maar dat ik me van de rit zelf weinig kon herinneren.
Nog steeds in opperste staat van bewustzijn deed ik wat ik moest doen en reed weer naar huis. Ik vertelde manlief wat er was gebeurd. Ook hij kwam tot de zelfde conclusie als mijn vriendin de vorige avond. Dat was een paniekaanval en ik moest maar eens naar de huisarts.
Bij de huisarts was het eigenlijk hetzelfde verhaal. Ook hij kwam vrij snel tot de conclusie dat ik twee paniekaanvallen had gehad en na wat uitleg over ons leven van dat moment was zijn diagnose: naar depressie neigende overspannenheid door externe factoren. Het klonk prachtig maar het vervolg was minder. Hij wist geen oplossing. Voor pillen vond hij het a. te vroeg en b. geen oplossing voor mij.

Een diagnose rijker kwam ik weer thuis. Wat nu? Mijn leven was nou eenmaal zoals het was. De zorg voor onze drie kinderen vroeg op dat moment heel veel, maar daar viel niets aan te doen. Ik kon natuurlijk besluiten dan geen energie te steken in dingen als pgb-indicaties en cluster-4-aanvragen, maar dat zou me uiteindelijk in de kont bijten omdat de zorg die we voor onze kinderen verder zou worden verzwaard. Ik kon ook moeilijk de tijdrovende therapie van onze jongste stopzetten.
Het enige wat ik echt kon doen was kiezen om een dag in de week in de laatste twee dingen energie te steken. En om mezelf echt vrije tijd te geven mocht ik tijdens schooltijd ook niks aan het huishouden doen.
Natuurlijk was dit bij lange na niet genoeg om mezelf op de rit te krijgen maar mijn lijf schoot me te hulp. Ik kreeg zeer ernstige rugklachten. Zo ernstig dat ik niet meer kon autorijden. En omdat hulp vragen niet mijn sterkste kant is hield ik de logistiek van ons gezin eens flink tegen het licht. En toen ons een cursus voor de oudste werd aangeboden zou ik dat het op dat moment niet kon. Toen men vond dat de middelste in therapie moest heb ik nee gezegd. De belasting voor het gezin en voor mij zou te hoog worden. Toen men vond dat ik maar met een kind naar Hoogeveen moest voor een afspraak heb ik gezegd dat ik best een afspraak wilde maar alleen als die in Meppel was. Kortom, ik leerde nee zeggen.

Dankzij bovenstaande en een cursus ELW ging het stukje bij beetje beter met me en de herinnering aan de paniekaanvallen verdween naar de achtergrond. Tot ruim een jaar geleden.

Zoals altijd speelde er weer van alles in ons gezin. We hadden brand gehad, we zaten in een tijdelijke woning, we lieten ons huis repareren, kregen te maken met schade-experts, aannemers, verzekeringen en keuzes over onze woning. Ondertussen was ons drukke gezin ook gewoon zijn drukke zelf.
In deze periode reed ik weer eens naar Steenwijk toen ik mij plots besefte dat ik wel heel alert in mijn spiegels keek. Ik voelde een bekende spanning in mijn rug. Ik begon het warm te krijgen en te zweten. Mijn handen en armen begonnen te trillen. Ik voelde dat mijn ademhaling gejaagd werd en probeerde deze onder controle te krijgen. Ik keek en mijn spiegel en zag een Mercedes met haast aankomen. Het moment dat deze Mercedes mij passeerde raakte ik compleet in paniek. Ik wilde niet meer verder rijden! Ik wilde de auto stilzetten en heel hard wegrennen.
Mijn voet hing al boven het rempedaal toen ik besefte dat het intrappen van de rem geen handig idee is als je op de snelweg rijdt. Op de automatische piloot wist ik de parkeerplaats bij school te bereiken. Zonder nadenken zette ik de auto stil en stapte uit. Goddank, ik was achter het stuur weg. Ik voelde mijn hartslag naar beneden gaan. Het zweten stopte en eindelijk trilden mijn handen een beetje minder. Ik was zo opgelucht dat ik niet meer hoefde te rijden dat ik toen de jongens aan kwamen lopen pas besefte dat ik ook nog weer terug moest. Op dat moment greep de angst me bij mijn keel, nestelde zich in mijn buik en zette zich vast.
Ik ben terug gereden, heb de auto op de parkeerplaats gezet en heb 6 weken niet meer gereden. Toen begon het mezelf te ergeren dat mijn angst mij blokkeerde. Op een dag heb ik mezelf gedwongen met de auto boodschappen te gaan doen. Dat was een klein stukje maar wel een goede stap. Ik rijd steeds vaker zelf weer ergens heen maar lange afstanden (boven de 30 kilometer) of de snelweg op durf ik nog steeds niet. De gedachte alleen al is genoeg om mijn hartslag te doen stijgen en het irritante getril van mijn handen op te roepen.

Vandaag moest ik naar Steenwijk. Zoals altijd reed ik eerst een stuk binnen door en was van plan net als altijd de parallelweg van de snelweg te volgen. Toen ik de afslag naderde sloeg de schrik me om het hart. De parallelweg was afgesloten! Mijn brein blokkeerde en ik kon niks anders meer denken dan:”Ik moet de snelweg op. Ik heb geen keus. Ik moet.”
Peentjes zwetend heb ik dat gedaan. Elke meter mezelf bemoedigend en aansporend legde ik de paar kilometer af. Trots, opluchting en angst vermengden zich toen ik onder aan de afrit stond. Ik had het gedaan. Ik had het gehaald. O mijn god, ik moest ook nog weer terug.
De terugweg ging redelijk. Ik begon al te hopen dat ik vandaag misschien wel een trauma had doorbroken. En toen kwam de afslag. Een afslag die dienst doet als in- en uitvoegstrook. Op deze strook reed een vrachtwagen die wilde invoegen, gevolgd door meerdere auto’s die op de uitvoegstrook bleven. Weinig ruimte, veel snelheidsverschil, weinig tijd. Ik stond op het punt bruusk op de rem te trappen toen ik het heldere inzicht kreeg dat dàt in ieder geval niet zou gaan werken. Ik heb me in het gat tussen de invoegende vrachtwagen en de achter opkomende auto’s weten te frommelen maar wist al dat ik in die ene fractie de verkeerde beslissing had genomen toen ik in mijn paniek vaart minderde.

Thuisgekomen voelde ik hoeveel dit ritje van me had gevergd. Ik was helemaal kapot. Ik heb mezelf gedwongen wat te eten en ben toen naast manlief (nachtdienst) gekropen. Ik heb mijn verhaal gedaan en ben in slaap gevallen. Toen ik wakker werd wist ik een ding zeker. Of ik wil of niet, morgen moet ik weer.

maandag 22 oktober 2012

Even voorstellen?


Binnenkort, op 18 november, is de boekpresentatie van ‘Het Keerpunt’. In dit boek is een verhaal van mij opgenomen, dus dat is best een spannende gebeurtenis voor mij.
Het meedoen aan een verhalenwedstrijd was een enorme stap. Noem me laf, maar ik vind het nogal eng om beoordeeld te worden. Maar ik heb mijn angst aangestaard en besloten toch mee te doen.
De euforie dat ik iets ingestuurd had was al groot, maar deze werd ruimschoots overtroffen door de euforie die ik voelde toen ik las dat een verhaal van mij in de bundel opgenomen zou worden. Mijn onzekerheid kreeg een mooie opdoffer.

Aangemoedigd door het behaalde succes nam ik me voor om, als ik de kans zou krijgen, tijdens de presentatie iets voor te dragen. En ja hoor, op zekere dag kwam de vraag welke mensen dat zouden willen doen en of die zich wilden aanmelden. Ik heb een uurtje getwijfeld en toen mezelf tot de orde geroepen. Hier was de kans, nou moest ik hem niet voorbij laten gaan. Ik heb mij dus aangemeld.

Sinds de aanmelding probeer ik mij gedegen voor te bereiden. Eerst maar eens een verhaal selecteren. En dat is al een moeilijkere klus dan ik van tevoren had bedacht.
Ik heb mijn verhalen allemaal doorgelezen. Ik heb hulp ingeroepen van vrienden. Ik heb een aantal verhalen laten afvallen, maar ik heb nog geen flauw idee welke ik ga voordragen.
Tot zover dus mijn grondige voorbereiding. Mij kennende zit ik in de trein nog te twijfelen en zal ik voor de deur een keer diep ademhalen en dan kiezen welke het wordt.

Maar geloof me, dat is niet eens het deel van de voorbereiding waar ik me het meest druk over maak. En nee, dat is ook niet de reis, ook niet de aankleding of het kapsel. Nee, wat mij het meest bezig houdt, is een vraag die ik een paar dagen geleden kreeg gemaild. Er werd gevraagd of ik even een stukje tekst hoe ik wilde worden aangekondigd wilde mailen.
Mijn eerste gedachte was:”Zeg maar: humorloos, onzeker, tactloos en kan niet tegen kritiek.” Ik bedacht me al snel dat dat geen uitnodigende tekst om eens lekker te gaan luisteren naar een voordracht.
Eigenlijk is zo’n aankondiging gewoon bedoeld om de voordrager even voor te stellen. Maar hoe wil ik dan wel worden aangekondigd? Wil ik verteld hebben waarom ik fictie ben gaan schrijven? Wil ik verteld hebben wie ik ben en wat ik zoal doe in het dagelijks leven? Zal ik het gewoon houden op de tekst in de bio van mijn blog? Of zal dat dan weer te kort zijn? Ben ik dan stiekem niet te hard bezig met mysterieus zijn?


Ik ben er nog niet uit. Wie had gedacht dat zo’n klein stukje tekst me zo lang bezig zou houden?

donderdag 27 september 2012

herindicatie deel één


Het eerste deel is weer achter de rug. Vanochtend is de envelop met de herindicatie-aanvraag de deur uitgegaan. Wat onwetenden ook mogen denken, het blijft een pokkenklus. Je verzamelt en kopieert je suf en als klap op de vuurpijl wordt je geacht een compleet verslag te schrijven over de verleende zorg in de afgelopen twee jaar.
Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik een aantal jaren VWO heb gevolgd en daar de nodige stel- en briefopdrachten heb moeten maken. Ik heb daar geleerd zakelijk en bondig te formuleren. Het andere geluk dat ik heb is dat één van mijn vriendinnen stage heeft gelopen bij jeugdzorg en bereidt was mijn verslagen te keuren. Maar niet alleen kostte het me veel tijd om deze verslagen op te stellen, het blijft een emotioneel klusje omdat je weer een keer je volledig mag richten op de minder sterke kanten van je kind. En in mijn geval dus twee keer.
Hoewel bureau Jeugdzorg echt wel zijn best zal doen begrip te hebben schoot het me toch in het verkeerde keelgat dat ik drie weken na het ontvangen van het herindicatiepakket een brief kreeg die mee maande tot haast. Ik had nog 6 dagen om alles bij hen in het postvak te krijgen anders ging men er automatisch vanuit dat we geen PGB meer nodig hadden. Een beetje peper in donkere plek was weliswaar geen overbodige luxe, maar ik heb ook andere dingen te doen. Zeker de eerste weken van het schooljaar. En het zette me aan het denken.
Zoals ik al aangaf heb ik een opleiding gevolgd waarin aandacht was voor zakelijk schrijven. Maar als je dat nou niet hebt gehad dan? Of wat als je gewoon niet goed bent in het op papier zetten van je dagelijkse leven? Wat nou als je voltijd werkt en daarnaast de zorg voor een of meerdere bijzondere kinderen hebt? Het kostte mij al moeite zat tijd te vinden die verslagen te schrijven en dan werkte ik de afgelopen weken 10 tot 15 uur per week.
Elke dag weer ben ik blij dat we PGB hebben maar het is toch jammer dat de drempel om het te krijgen steeds verder verhoogd wordt.

vrijdag 7 september 2012

innerlijke onrust


Het begon maandag meteen goed. Op de deurmat lag plotseling een grote envelop van bureau jeugdzorg. Helemaal onverwachts was het niet want ik weet wel dat de PGB-herindicatie er aan zat te komen, maar het moment dat het dan zover is, is voor mij toch altijd weer schrikken. Ondanks dat ik dit traject al vele malen succesvol heb doorlopen roept het iedere keer weer spanning en onrust in me op. Het idee dat een grote, logge, niet-goed-bekendstaande organisatie ons leven en welzijn gaat doorlichten vind ik erg onprettig. Helaas is het een noodzakelijk kwaad wat hoort bij de keuzes die wij hebben gemaakt voor onze bijzondere kinderen. Zouden we zonder kunnen? Vast wel. Nou ja, we zouden het wel overleven. Zouden we zonder willen? Nee.
En dus onderwerp ik ons elke twee jaar aan een grondige inspectie van ons leven. Voor die grondige inspectie überhaupt kan plaats vinden mag je eerst even een boekwerk aan informatie bijeenzoeken, kopiëren, opvragen, nazoeken en invullen. Vast allemaal erg belangrijk maar is het ook echt allemaal zo noodzakelijk? Ik denk van niet, maar zonder al die informatie loop ik het risico dat de heren worden gekort op hun PGB dus braaf doe ik wat me gevraagd wordt.
Meteen dezelfde dag kreeg ik voor de jongste zonen pakketten formulieren om in te vullen voor school. Ik snap waarom ze al deze informatie willen hebben maar voor mij betekent dat weer anderhalf uur werk aan invullen, diagnoserapporten kopiëren en gegevens opzoeken.
Toen de oudste thuiskwam legde ook hij een formulier op de stapel. Gelukkig was dit maar een A4-tje waarop enkel de voor de hand liggende dingen ingevuld hoefden te worden (wie te bellen igv nood, medicatie of niet, andere bijzonderheden). Zo kan het dus ook.
Op dinsdag kwamen de afspraken. Er ligt een afspraak bij de orthodontist voor het plaatsen van de beugel van de oudste, de uitnodiging voor de ouderavond kwam binnen en er werd een afspraak gepland voor overleg tussen de nieuwe groepsleerkracht, de begeleidster van de middelste en mij.
Verder kwamen deze week de nieuwe trainingstijden en het competitierooster voor de oudste binnen, wordt er gepuzzeld aan een nieuwe groepsindeling bij de ponyrijlessen, wordt er gespeculeerd over opnieuw een vijfploegencontinuerooster op het werk van manlief.
Een week als dit trekt altijd een zware wissel op me. Ik heb het gevoel dat ik word overspoeld door dingen die moeten. Ik verzet me tegen het keurslijf waarin ik me geperst voel worden. Ik probeer me wel te beseffen dat het enkel het gewone dagelijkse leven is wat me terug roept, maar ik wil nog niet. Ik wil nog niet moeten. Ik wil nog niet leven volgens het rooster waarbinnen dit gezin het beste functioneert.
Ik wil tijd om weer te wennen aan de structuur van het weer naar school gaan van de kinderen. Ik wil ruimte om mijn draai te vinden het schema van alle dag. En ik wil vooral de vrijheid om alles te laten voor wat het is en me te verstoppen voor alles wat er op me af komt stormen. Ik heb het nodig om weer te ontdekken dat dit het leven is wat ik wil en waar ik me goed in voel. Heb tot die tijd gewoon een beetje geduld met me.

vrijdag 6 juli 2012

Laat de tour maar wachten


Er schijnt een gezegde te zijn dat zegt:”De tour wacht op niemand.” Of het echt een gezegde is of een verzinsel van de tourcommentator weet ik niet zeker. Het is in ieder geval een gezegde dat bij iedere valpartij en elk incident wordt gebezigd. Maar soms gaan ze daar wel erg ver in.
Het zal aan mij liggen maar ik heb me gisteren blauw geërgerd aan de berichtgeving rond de Tour de France. Cameramensen, razende reporters en gretige journalisten bestormden diverse renners om ze te vragen naar hun eerste reactie op Hèt Nieuws van de dag. En tot mijn stomme verbazing vond iedereen dat de rel rondom Lance Armstrong dat nieuws was. Geen enkele renner dacht meteen aan dat andere nieuws wat hen diezelfde ochtend had bereikt. Diezelfde ochtend werd bekend dat een collega van de renners ’s nachts was overleden aan een hartstilstand. Slecht dertig jaar oud mocht Rob Goris worden. Een renner die midden in het leven hoorde te staan was zomaar dood.
Helaas voor Rob Goris had de USADA net deze dag uitgekozen om een schandaal te lekken. Zijn dood is ter kennisgeving aangenomen. Er is geen tijd om bij zijn leven en dood stil te staan. Een politiek spel heeft de nieuwswaarde van zijn dood de das omgedaan. Ik vind het dieptriest.

maandag 18 juni 2012

Wat vertelt mijn boekenkast?



Geregeld lees ik in deze rubriek dat de inhoud van je boekenkast veel over de eigenaar kan vertellen. Nadat  ik de foto’s had gemaakt ben ik eens kritisch gaan kijken naar mijn boekenkast. Wat zou deze over mij te zeggen hebben? De kast zelf is groot, veel rechte lijnen en weinig opsmuk. De inhoud kent een strenge verdeling, links alle naslagwerken, rechts de fictie. Op de bovenste plank staan links een atlas, boeken over vliegtuigen, over dieren en over de geschiedenis van het stadje waar ik woon. Het contrast met rechts is groot. Hier staan op de bovenste plank mijn moord-en-doodslagboeken, veelal in paperbacks.
De middelste plank is een heel volle plank. Links staan hier mijn favoriete naslagwerken, de kookboeken. Rechts staan de fantasyboeken met er tegenaan leunend de romans waar ik van heb genoten en dus daarom koester.
De onderste plank is stiekem mijn favoriete plank. Ook hier staan links naslagwerken maar deze zijn gericht op mijn kinderen. Er staat een kinderbijbel, kinderboeken over ADHD en autisme en een jeugdwoordenboek. Ernaast  ligt een grote stapel strips, voornamelijk Obelixen en Suske-en-Wiskes. Helemaal rechts staan de kinderboeken. Ook hier veel fantasy. Zo staat hier de inclompete reeks van Dolfje Weerwolfje, de ontbrekende delen liggen bij de jongste op zijn kamer. Er staan wat kinderboeken van Roald Dahl (als ze niet bij een van de kinderen liggen), er staan klassiekers als “Alleen op de wereld”en “Onder moeders vleugels” en er staat, ook incompleet, de serie van “De Grijze Jager”. De meeste boeken die hier staan zijn gehavend. Ze zijn door mij en door twee van mijn drie zonen stuk gelezen. Geregeld worden er boeken uit dit stuk getrokken om nog een keer gelezen te worden.
Ik doe een stap achteruit en bekijk de kast nog eens in zijn geheel. Zo recht en eenvoudig als de buitenkant oogt, zo is de inhoud niet. Zelfs voor boekenkasten geldt het dus, beoordeel het boek niet op zijn kaft. Maar wat dit over mij vertelt, kan ik je niet zeggen. Dat mag de lezer helemaal zelf bepalen.

dinsdag 5 juni 2012

Perthes



Bij de ziekte van Perthes ( ook genoemd morbus Legg-Calvé- Perthes) ondergaat de heupkop, (het bovenste uiteinde van het bovenbeen) een reeks van vormveranderingen. Deze vormveranderingen ontstaan doordat de bloedvoorziening van de heupkop tijdelijk verstoord is. Omdat er een tijdje geen/onvoldoende bloed in de heupkop komt, gaan de botcellen ter plaatse dood. Als na een tijdje de bloedvoorziening weer op gang komt, wordt door de reparatie processen in het lichaam dit dode botweefsel opgeruimd. Bij dit opruimen veranderd de vorm van de heupkop. Er zijn bij de ziekte van Perthes een aantal fasen beschreven, in grote lijnen ziet men eerst een afplatting van de heupkop, die later weer gevolgd wordt door een ( gedeeltelijk) terugkeer naar de oude vorm. Dit gehele proces duurt 3 tot 4 jaar, maar het verdere herstel kan ook tot het eind van de groei plaatsvinden. 

Toen onze oudste zes was kreeg hij wat problemen met lopen. Hij viel vaak, trok wat met een been en klaagde over pijn in zijn heup, rug, bovenbeen en knie. Omdat de klachten aanhielden gingen we met hem naar de huisarts. Deze had geen diagnose maar vertrouwde de beweeglijkheid in het heupgewricht niet helemaal en stuurde hem door voor foto’s. De volgende dag ging ik terug naar de huisarts met een briefje wat we hadden gekregen van de radioloog. Een uur nadat ik de huisarts het briefje had gegeven zat ik met de oudste in het ziekenhuis bij de orthopeed. Daar kregen we te horen dat de oudste Perthes had, niet meer mocht voetballen, niet op de trampoline mocht en andere vormen van zware heupbelasting moest mijden.
Toen thuis de diagnose wat begon in te zinken kwamen de vragen. Wat was dat Perthes nou eigenlijk? De orthopeed had wel wat aangewezen op de röntgenfoto, maar wat moest ik daar nou eigenlijk zien? Wat was eigenlijk de prognose? En wat voor invloed zou dit hebben op mijn kind? Een flinke zoektocht op internet leverde niet veel meer op dan medische omschrijvingen en de twijfels over wat de juiste behandelmethode was.
Een gesprek met de huisarts leverde niet heel veel op. Ondanks dat de ziekte al heel lang bekend was waren er weinig antwoorden op de vragen waar wij mee zaten. Het enige advies wat hij ons kon geven was:”Kijk naar je kind en maak keuzes op basis van wat je ziet en doe wat je denkt dat goed is.” Een heel mooie manier om te zeggen:”Ik heb geen flauw idee. Je zult het wiel zelf moeten uitvinden.” En dat hebben we gedaan. Omdat hij zoveel moeite had met lopen haalden we een stel krukken voor hem op. Het zag er heel sneu uit, zo’n klein jochie met een paar knalblauwe krukken, maar hij redde zich er uitstekend op. Hij deed zelfs mee met tikspelletjes op het schoolplein met zijn krukjes. Na een conflict met de vakleerkracht gym besloten we, in overleg met zijn juf, dat Tim niet meer mee zou doen met zijn gymlessen maar nog wel aan die die door de juf zelf werden gegeven. Omdat hij na de judoles niet kon slapen van de pijn is hij gestopt met judo.En we namen contact op met een kinderfysiotherapeut.
Dit was ons eerste contact met haar en het bleek een gouden greep. Ze had nog nooit eerder een client met Perthes gehad maar verdiepte zich in de ziekte en de eventuele gevolgen. Ze stelde een behandelplan op om aan de ene kant de beweeglijkheid in het gewicht zo optimaal mogelijk te houden en aan de andere kant de spieren te verstevigen zodat het gewricht minder belast zou worden waardoor de pijn minder zou zijn. Ze raadde hem een sport aan waarbij hij wel kracht en conditie ontwikkelde maar waarbij zijn heup minimaal belast werd (hij waterpoloot nog steeds met veel plezier . Ze behandelde hem voor de scoliose die hij als complicatie kreeg. En vooral liet ze hem altijd met plezier bewegen.
We zijn nu zes jaar verder. Met vallen en opstaan hebben wij als ouders leren leven met de onzekerheden voor zijn toekomst. We hebben geleerd hem te leren omgaan met de beperkingen die zijn lijf hem gaf zonder hem dingen te ontzeggen.
Vandaag moest hij voor controle naar de orthopeed. Deze was zeer opgetogen over het verloop van het proces en het ingezette herstel. De vooruitzichten zijn gunstig. De kans dat hij een blijvende beperking over houdt is weer geslonken. En ik zat er bij en dacht even terug aan een avond zes jaar geleden. Ondanks de pijn, ondanks de krukken liep hij de slotavond van de avondvierdaagse. Vandaag ben ik net zo trots op hem als die avond. Hij heeft het maar mooi geflikt.

zaterdag 19 mei 2012

De huwelijksnacht waar ieder van droomt


Vandaag is het acht jaar geleden dat Paul en ik zijn getrouwd. We hadden geen enorm grote of kostbare bruiloft, meer een heel erg leuk feest met fantastische toeters en bellen om te vieren dat we tien jaar samen waren. En zoals het een bruiloft betaamt hangt er een anekdote aan vast.
Omdat we al een koopwoning en drie kleine kinderen hadden was ons budget beperkt. Er waren maar een paar dingen die we per sé wilden op onze trouwdag. Ik wilde een trouwjurk en Paul wilde een trouwauto. De trouwauto leverde al een enorme anekdote op maar deze wil ik bewaren voor een andere keer. De anekdote die ik nu wil delen heeft alles te maken met (trouw)kleding.
In een vlaag van romantiek hadden we besloten dat we onze kleding voor elkaar geheim zouden houden. Omdat ik nogal nieuwsgierig ben en mezelf dan niet altijd in de hand kan houden hing Pauls pak bij zijn moeder thuis. Om nog een vleugje traditie toe te voegen besloot hij zich daar om te kleden en mij dan thuis op te halen.
En dus stapte Paul ’s morgens in zijn oude spijkerbroek de deur uit om de trouwauto op te halen en naar zijn moeder te gaan. Hij had een tas bij zich met wat toiletspullen, zijn schoenen en een jas. Het was het hele voorjaar al koud geweest dus wie weet had hij ‘m nog wel nodig.
Anderhalf uur en twee metamorfoses later zagen we elkaar weer. Ik vond hem prachtig, hij mij gelukkig ook. Ook het weer, de trouwauto en het bloemetje waren prachtig. Het werd helemaal onze dag.
Van tevoren hadden we bedacht dat we aan het eind van het feest met een taxi naar huis zouden gaan. Een bevriend stel wilde hier niets van weten en stond erop ons naar huis te brengen. Het zal rond twee uur zijn geweest toen we de straat in reden. Waarom weet ik niet maar ik vroeg vrij plots aan Paul:” Waar heb jij je sleutels? Die van mij liggen namelijk thuis.” Paul keek even opzij en zei toen gortdroog:”In mijn broekzak natuurlijk, maar wel in die van mijn spijkerbroek.” En toen stond de auto stil op de parkeerplaats.
Terwijl ik uitstapte liet ik mijn gedachten rondgaan over hoe we nu binnen moesten komen. Eerst probeerde Paul via het kattenluik de grendels van de achterdeur eraf te krijgen. Helaas lukte dit niet. We liepen naar de voorkant van ons huis. Hé, het raam boven het tochtportaal staat een stukje open. Paul stond in een mum van tijd in zijn trouwpak op het tochtportaal om te kijken of het raam een stukje verder open kon zodat hij daardoor naar binnen kon klimmen. Maar helaas, ook dit lukte niet. Vervolgens zag ik hem met een schuin oog kijken naar het raam van de kamer daarnaast. Niet dat hij daar vanaf het tochtportaal bij kon komen maar ik zag hem al kijken naar de stevigheid van de dorpelstenen. Terstond verbood ik hem om het überhaupt te proberen op zijn gladde puntschoenen en niet al te nuchtere hoofd.
Toch een tikje beteuterd kwam hij weer van het tochtportaal af.We dachten even na en kwamen tot de conclusie dat er nog 2 andere mensen een sleutel van ons huis hadden, mijn moeder en mijn schoonmoeder. Omdat onze chauffeuse toch wel een tikje moe was werd de eerste optie al vrij snel verworpen, maar mijn schoonmoeder woont maar een paar straten verderop, dus daar wilde ze wel heen rijden.
We stapten allemaal weer in de auto en reden naar de flat waar mijn schoonmoeder woont. Helaas, ondaks herhaaldelijk aanbellen en telefoneren werd noch mijn schoonmoeder noch haar vriend wakker. Daar stonden we dan. Net getrouwd, moe van het feesten, in onze trouwkleding. Onze vrienden wisten nog een oplossing, met hun mee naar huis.
Wij hebben onze huwelijksnacht dus doorgebracht op het logeermatras bij onze vrienden thuis. En na een korte nacht mochten wij ons weer in ons trouwkloffie hijsen om bij mijn schoonmoeder de sleutels op te gaan halen. Nog zie ik haar gezicht toen ze nog enigszins slaapdronken de deur open deed en ons zag staan. Stomverbaasd is nog zacht uitgedrukt.