maandag 18 juni 2012

Wat vertelt mijn boekenkast?



Geregeld lees ik in deze rubriek dat de inhoud van je boekenkast veel over de eigenaar kan vertellen. Nadat  ik de foto’s had gemaakt ben ik eens kritisch gaan kijken naar mijn boekenkast. Wat zou deze over mij te zeggen hebben? De kast zelf is groot, veel rechte lijnen en weinig opsmuk. De inhoud kent een strenge verdeling, links alle naslagwerken, rechts de fictie. Op de bovenste plank staan links een atlas, boeken over vliegtuigen, over dieren en over de geschiedenis van het stadje waar ik woon. Het contrast met rechts is groot. Hier staan op de bovenste plank mijn moord-en-doodslagboeken, veelal in paperbacks.
De middelste plank is een heel volle plank. Links staan hier mijn favoriete naslagwerken, de kookboeken. Rechts staan de fantasyboeken met er tegenaan leunend de romans waar ik van heb genoten en dus daarom koester.
De onderste plank is stiekem mijn favoriete plank. Ook hier staan links naslagwerken maar deze zijn gericht op mijn kinderen. Er staat een kinderbijbel, kinderboeken over ADHD en autisme en een jeugdwoordenboek. Ernaast  ligt een grote stapel strips, voornamelijk Obelixen en Suske-en-Wiskes. Helemaal rechts staan de kinderboeken. Ook hier veel fantasy. Zo staat hier de inclompete reeks van Dolfje Weerwolfje, de ontbrekende delen liggen bij de jongste op zijn kamer. Er staan wat kinderboeken van Roald Dahl (als ze niet bij een van de kinderen liggen), er staan klassiekers als “Alleen op de wereld”en “Onder moeders vleugels” en er staat, ook incompleet, de serie van “De Grijze Jager”. De meeste boeken die hier staan zijn gehavend. Ze zijn door mij en door twee van mijn drie zonen stuk gelezen. Geregeld worden er boeken uit dit stuk getrokken om nog een keer gelezen te worden.
Ik doe een stap achteruit en bekijk de kast nog eens in zijn geheel. Zo recht en eenvoudig als de buitenkant oogt, zo is de inhoud niet. Zelfs voor boekenkasten geldt het dus, beoordeel het boek niet op zijn kaft. Maar wat dit over mij vertelt, kan ik je niet zeggen. Dat mag de lezer helemaal zelf bepalen.

dinsdag 5 juni 2012

Perthes



Bij de ziekte van Perthes ( ook genoemd morbus Legg-Calvé- Perthes) ondergaat de heupkop, (het bovenste uiteinde van het bovenbeen) een reeks van vormveranderingen. Deze vormveranderingen ontstaan doordat de bloedvoorziening van de heupkop tijdelijk verstoord is. Omdat er een tijdje geen/onvoldoende bloed in de heupkop komt, gaan de botcellen ter plaatse dood. Als na een tijdje de bloedvoorziening weer op gang komt, wordt door de reparatie processen in het lichaam dit dode botweefsel opgeruimd. Bij dit opruimen veranderd de vorm van de heupkop. Er zijn bij de ziekte van Perthes een aantal fasen beschreven, in grote lijnen ziet men eerst een afplatting van de heupkop, die later weer gevolgd wordt door een ( gedeeltelijk) terugkeer naar de oude vorm. Dit gehele proces duurt 3 tot 4 jaar, maar het verdere herstel kan ook tot het eind van de groei plaatsvinden. 

Toen onze oudste zes was kreeg hij wat problemen met lopen. Hij viel vaak, trok wat met een been en klaagde over pijn in zijn heup, rug, bovenbeen en knie. Omdat de klachten aanhielden gingen we met hem naar de huisarts. Deze had geen diagnose maar vertrouwde de beweeglijkheid in het heupgewricht niet helemaal en stuurde hem door voor foto’s. De volgende dag ging ik terug naar de huisarts met een briefje wat we hadden gekregen van de radioloog. Een uur nadat ik de huisarts het briefje had gegeven zat ik met de oudste in het ziekenhuis bij de orthopeed. Daar kregen we te horen dat de oudste Perthes had, niet meer mocht voetballen, niet op de trampoline mocht en andere vormen van zware heupbelasting moest mijden.
Toen thuis de diagnose wat begon in te zinken kwamen de vragen. Wat was dat Perthes nou eigenlijk? De orthopeed had wel wat aangewezen op de röntgenfoto, maar wat moest ik daar nou eigenlijk zien? Wat was eigenlijk de prognose? En wat voor invloed zou dit hebben op mijn kind? Een flinke zoektocht op internet leverde niet veel meer op dan medische omschrijvingen en de twijfels over wat de juiste behandelmethode was.
Een gesprek met de huisarts leverde niet heel veel op. Ondanks dat de ziekte al heel lang bekend was waren er weinig antwoorden op de vragen waar wij mee zaten. Het enige advies wat hij ons kon geven was:”Kijk naar je kind en maak keuzes op basis van wat je ziet en doe wat je denkt dat goed is.” Een heel mooie manier om te zeggen:”Ik heb geen flauw idee. Je zult het wiel zelf moeten uitvinden.” En dat hebben we gedaan. Omdat hij zoveel moeite had met lopen haalden we een stel krukken voor hem op. Het zag er heel sneu uit, zo’n klein jochie met een paar knalblauwe krukken, maar hij redde zich er uitstekend op. Hij deed zelfs mee met tikspelletjes op het schoolplein met zijn krukjes. Na een conflict met de vakleerkracht gym besloten we, in overleg met zijn juf, dat Tim niet meer mee zou doen met zijn gymlessen maar nog wel aan die die door de juf zelf werden gegeven. Omdat hij na de judoles niet kon slapen van de pijn is hij gestopt met judo.En we namen contact op met een kinderfysiotherapeut.
Dit was ons eerste contact met haar en het bleek een gouden greep. Ze had nog nooit eerder een client met Perthes gehad maar verdiepte zich in de ziekte en de eventuele gevolgen. Ze stelde een behandelplan op om aan de ene kant de beweeglijkheid in het gewicht zo optimaal mogelijk te houden en aan de andere kant de spieren te verstevigen zodat het gewricht minder belast zou worden waardoor de pijn minder zou zijn. Ze raadde hem een sport aan waarbij hij wel kracht en conditie ontwikkelde maar waarbij zijn heup minimaal belast werd (hij waterpoloot nog steeds met veel plezier . Ze behandelde hem voor de scoliose die hij als complicatie kreeg. En vooral liet ze hem altijd met plezier bewegen.
We zijn nu zes jaar verder. Met vallen en opstaan hebben wij als ouders leren leven met de onzekerheden voor zijn toekomst. We hebben geleerd hem te leren omgaan met de beperkingen die zijn lijf hem gaf zonder hem dingen te ontzeggen.
Vandaag moest hij voor controle naar de orthopeed. Deze was zeer opgetogen over het verloop van het proces en het ingezette herstel. De vooruitzichten zijn gunstig. De kans dat hij een blijvende beperking over houdt is weer geslonken. En ik zat er bij en dacht even terug aan een avond zes jaar geleden. Ondanks de pijn, ondanks de krukken liep hij de slotavond van de avondvierdaagse. Vandaag ben ik net zo trots op hem als die avond. Hij heeft het maar mooi geflikt.